Gisteren zat ik in de studio bij NPO Radio 1 voor het programma Dit is de Dag. De aanleiding? Een actuele discussie over de leerplichtvrijstelling op grond van artikel 5 onder b — de wet die thuisonderwijs in Nederland mogelijk maakt. Moet deze wet worden afgeschaft, of juist worden beschermd?
Midden in het gesprek zei Corine van Starkenburg, bestuurder bij Ingrado (kenniscentrum en beroepsvereniging van leerplichtambtenaren), iets wat bijna iedereen onbewust wel eens zegt: “De vrijstelling die door deze ouders jaarlijks wordt aangevraagd…”
Ik heb haar uit laten spreken, maar wilde het wel recht zetten, want wat ze zei was feitelijk onjuist.
“Ik vraag helemaal niks aan,” zei ik. “Ik doe een beroep op een recht.”
Is dat niet hetzelfde dan?
Nee. Het is absoluut niet hetzelfde. En als je thuisonderwijs geeft, of serieus overweegt om dit te gaan doen, is dit exact het soort “detail” dat het verschil maakt tussen handelen vanuit angst of handelen vanuit kracht.
Wat zegt de wet eigenlijk écht?
Om te begrijpen waarom dit woordspelletje eigenlijk pure juridische noodzaak is, moeten we terug naar de basis van de Leerplichtwet 1969. De wet kent verschillende vrijstellingsgronden. De meest besproken variant is artikel 5 onder b (in de volksmond: 5b). Dit artikel stelt dat ouders zijn vrijgesteld van de verplichting om hun kind bij een school in te schrijven, wanneer zij overwegende bezwaren hebben tegen de richting van het onderwijs van alle scholen die zich op redelijke afstand van hun woning bevinden.
Let hierbij heel specifiek op het woord richting. In de wet betekent dit de levensbeschouwelijke of religieuze grondslag van een school. Het gaat dus expliciet niet over de kwaliteit van het onderwijs, de didactische methode (zoals Montessori of Dalton), de staat van het gebouw of het pestprotocol. Het gaat puur om de levensvisie die er wordt uitgedragen.
Wanneer je als ouder aan de voorwaarden van dit artikel voldoet, hoef je de overheid niet om toestemming te vragen. Je doet een schriftelijke kennisgeving aan de gemeente. Je zegt eigenlijk: “Beste overheid, wij maken gebruik van het recht dat de wetgever ons in artikel 5 onder b heeft gegeven.” Je hoeft daarbij je levensovertuiging niet te noemen, niet op gesprek te komen, geen onderwijsplan te tonen. De brief volstaat.
Waarom dit taalkundige verschil allesbepalend is
Het verschil tussen een ‘aanvraag’ en een ‘beroep op een recht’ zit hem in de machtsverhouding. Woorden vormen onze realiteit en bepalen hoe we ons opstellen tegenover instanties.
| Wat je zegt/denkt | Wat het juridisch en psychologisch betekent |
| “Ik vraag een vrijstelling aan” | Je stelt je op als een bedelaar. Je zet jezelf onbewust in de wachtstand. Het voelt alsof je toestemming moet vragen en moet hopen op een ‘ja’. Je geeft de regie uit handen en maakt jouw keuze afhankelijk van de goedkeuring van een ambtenaar. |
| “Ik doe een beroep op een recht” | Je stelt je op als een gelijkwaardige burger. Je neemt zelf de regie. Dit recht staat al zwart-op-wit in de wet; jij zet het alleen maar ‘aan’. De gemeente hoeft hier helemaal niks van te vinden, ze hoeven jouw melding alleen maar netjes te noteren. |
In de dagelijkse praktijk merken veel ouders dit verschil nauwelijks op. Gemeenten verwerken de formulieren, sturen een standaard briefje terug en de kous is af. Maar het verschil wordt wél pijnlijk voelbaar zodra de situatie complexer wordt. Zodra een leerplichtambtenaar kritische vragen gaat stellen, de druk opvoert, of wanneer er juridische procedures om de hoek komen kijken.
Op zo’n moment is het cruciaal dat je niet in de verdediging schiet alsof je een ‘gunst’ probeert te behouden. Jij bent een wetgetrouwe burger die een grondwettelijk verankerd recht uitoefent. Dat verandert je hele houding aan de ontbijttafel én aan de vergadertafel met de gemeente.
“Maar de Hoge Raad heeft in 2026 toch gesproken?”
Ja, dat klopt. In april 2026 deed de Hoge Raad een richtinggevende uitspraak die binnen de thuisonderwereld voor de nodige onrust zorgde. De kern van die uitspraak? Als er een openbare school op redelijke afstand van de woning te vinden is, en die school is aantoonbaar objectief, pluralistisch en kritisch, dan kan het recht op een 5b-vrijstelling onder druk komen te staan.
Veel critici riepen meteen dat dit het einde van thuisonderwijs betekende. Maar laten we eens heel scherp lezen wat er daadwerkelijk staat. De Hoge Raad stelt een prikkelende, inhoudelijke vraag: Is die openbare school in de praktijk wel echt zo objectief, pluralistisch en kritisch?
Het label ‘openbaar’ is op papier een neutrale term, maar de praktijk is een heel ander verhaal.
Dat is precies wat ik gisteren op de radio naar voren bracht. Ga eens naar zo’n openbare school toe en vraag hoe zij invulling geven aan dat zogeheten pluralisme. Vieren ze Diwali? Het Suikerfeest? De heilige dagen van het boeddhisme of het jodendom? Er bestaan wereldwijd meer dan 4.000 verschillende religies en stromingen. Ondertussen is levensbeschouwing op de Pabo gereduceerd tot een keuzevak, in plaats van een verplicht, dragend fundament.
De conclusie van de Hoge Raad is weliswaar een juridisch kader, maar de toetsing ervan is een open discussie. En die discussie mag – nee, moet – je als (thuisonderwijs)ouder durven voeren. Een school is niet automatisch ‘vrij van richting’ omdat er ‘openbaar’ op de gevel staat.
Wat betekent dit concreet voor jou? (Praktisch stappenplan)
Staat jouw kind op het punt om vijf jaar te worden en kies je bewust voor thuisonderwijs? Houd dan deze vier gouden regels in stand:
- Stuur een kennisgeving, geen smeekbede: Dien je brief op tijd in bij de gemeente (uiterlijk een maand voor het kind 5 wordt en dan vóór 1 juli voorafgaand aan elk nieuw schooljaar). Formuleer het als een formele mededeling dat je een beroep doet op je recht.
- Let vlijmscherp op de timing: Dit is een keiharde juridische eis. Je kind mag in het volledige schooljaar voorafgaand aan het jaar waarvoor je de vrijstelling inroept, niet ingeschreven hebben gestaan op een school in Nederland. Dit betekent niet dat je kind “nooit” op school mag hebben gezeten, maar het voorgaande jaar moet absoluut ‘schoon’ zijn.
- Elk kind staat op zichzelf: Een vrijstelling geldt in Nederland per individu, nooit per gezin. Voor ieder kind dat de leeftijd van 5 jaar bereikt, doorloop je deze stappen opnieuw en op maat.
- Word lid van de NVvTO en laat je voorlichten.
Woorden hebben kracht
Het lijkt misschien een semantische discussie, een kwestie van mierenneuken over definities. Maar de psychologie erachter is monumentaal.
Jij bent als ouder niet afhankelijk van de persoonlijke sympathie of de goedwillendheid van een individuele ambtenaar. Jij bent de eerstverantwoordelijke voor het welzijn en de educatie van jouw kind, en de wet biedt jou daar een legitiem pad voor.
Toen ik dat gisteren live op de radio hardop uitsprak, voelde ik weer hoe prettig deze zekerheid voor mij en mijn gezin is. Ik hoef geen defensief gesprek te voeren over ‘mensen die zich onttrekken aan de maatschappij’, maar mag er één voeren over burgerrechten en de wet. Ik hoop dat dit inzicht jou de rust en het zelfvertrouwen geeft om met een rechte rug de juiste keuzes te maken voor jouw gezin.
Meer weten over de actuele juridische dynamiek rondom de Leerplichtwet? Lees dan ook het uitgebreide dossier: thuisonderwijs in de wet.

