Als ik vertel dat ik mijn kinderen thuisonderwijs, is een van de eerste reacties bijna altijd: “Maar jij bent toch geen juf?”
Nee. Ik heb geen onderwijsbevoegdheid. Geen pedagogische opleiding. En toch onderwijs ik mijn vier kinderen al jaren thuis.
Het antwoord op de vraag “wie mag thuisonderwijs geven?” is korter dan de meeste mensen verwachten.
Wat zegt de wet?
In Nederland stelt de Leerplichtwet eisen aan het kind — dat moet onderwijs volgen. Maar aan de *ouder als docent* worden geen diploma-eisen gesteld. Er is nergens in de wet vastgelegd dat je een onderwijsbevoegdheid of een bepaald opleidingsniveau moet hebben.
Zolang je voldoet aan de vrijstellingsgronden — zie hoe thuisonderwijs in de wet zit — mag je zelf bepalen hoe je het onderwijs invult. Een lesbevoegdheid is geen vereiste.
Dit is anders dan in veel andere landen. In Duitsland is thuisonderwijs zelfs volledig verboden. In Amerika gelden per staat soms kwalificatie-eisen. Nederland staat hier opvallend vrij in.
België
Voldoe je niet aan de eisen voor Nederland, dan kun je een emigratie naar België overwegen. Dan blijf je in de buurt, blijf je (mogelijk) dezelfde taal gebruiken en blijf je in een vergelijkbare cultuur wonen.
In België is thuisonderwijs (gaan) geven gelukkig gemakkelijker dan in Nederland. Je kunt, voor aanvang van elk schooljaar, besluiten dat je thuisonderwijs gaat geven. Je dient daarvoor een formulier ingevuld te hebben voor de derde dag van het schooljaar. Overstappen van huisonderwijs naar school midden in een schooljaar kan wel, andersom kan het niet, tenzij je naar België emigreert midden in een jaar, dan mag je wel meteen huisonderwijs geven.
Er zijn geen eisen aan de lesgevende ouder. De ouder hoeft geen bepaald onderwijsniveau, taalniveau, IQ, inkomensniveau of wat ook te hebben.
Maar: hoe goed moet je het zelf kunnen?
Dat is de vraag die ouders het meest bezighoudt. En het eerlijke antwoord is: je hoeft het niet allemaal te weten. Je hoeft ook niet beter te zijn dan een leraar. Een leraar moet immers een hele klas van 30 kids kunnen managen en zich houden aan allerlei leerlingvolgsystemen, lesplannen en eisen van het schoolbestuur en de Onderwijsinspectie.
Natuurlijk kun je zelf ook bedenken dat sommige ouders wellicht geschikter zijn om thuisonderwijs te geven dan andere ouders. Maar vaak bestaan die ideeën, naar mijn mening, voor een groot deel uit vooroordelen. Je hebt goed onderzoek nodig om conclusies te kunnen trekken over de invloed van de ouders op het thuisonderwijs. In Nederland wordt helaas nauwelijks onderzoek gedaan naar thuisonderwijs, omdat het zo’n kleine groep leerlingen betreft en omdat de overheid graag van thuisonderwijs af lijkt te willen.
Onderzoeker Brian Ray van het National Home Education Research Institute deed jarenlang grootschalig onderzoek naar thuisonderwijskinderen in de VS. Daar krijgt 3-4% van de kinderen thuisonderwijs. Zijn bevinding was opvallend: het opleidingsniveau van de ouder had weinig invloed op de resultaten van het kind. Kinderen van hoogopgeleide ouders deden het niet structureel beter — zolang de ouders betrokken en gemotiveerd waren.
Wat er wél toe deed: betrokkenheid, nieuwsgierigheid, en de bereidheid om samen te leren.
Brian Ray is wetenschapper, die al jaren onderzoek naar thuisonderwijs in de Verenigde Staten doet en hij gebruikt daar ook flink grote sample sizes voor. De situatie daar is natuurlijk zeker niet een-op-een te vergelijken met de situatie hier in Nederland. Uit zijn onderzoeken komt wel steevast naar voren dat thuisonderwijskinderen het, gemiddeld, beter doen dan schoolonderwijskinderen het gemiddeld doen. Je spreekt dan over percentiles: het onderste stuk tot het midden is de 50th percentile: thuisonderwijskinderen scoren in zijn onderzoeken tussen de 60e en 80e percentile gemiddeld. Beter dus dan het gemiddelde op school.
Enkele interessante bevindingen over ouderfactoren in het onderzoek van Brian Ray (dat je hier kunt downloaden).
- Een hoger (of eigenlijk, theoretischer of ‘langer’ onderwijs, ik hou niet zo van ‘hoger-lager’ opgeleid) opleidingsniveau van ouders heeft op elk leeftijdsniveau een positief effect op de uitkomsten van de thuisonderwezen kinderen, net zoals dat het op schoolonderwezen kinderen het geval is. Dit verklaarde in het onderzoek van Ray echter maar 2,5% van de verschillen in uitkomsten van de thuisonderwijskinderen.
- Er werd een significant verschil gevonden, dat minder dan 0,1% van de verschillen verklaarde (!!), tussen gezinnen waarin minstens één ouder gecertificeerd docent was, en gezinnen waar dat niet zo was. De kinderen uit gezinnen waar één van de ouders gecertificeerd docent was, presteerden slechter. (Maar dus zeer zeer zeer minimaal hè, niet muggenziften nu 🙂 )
- Hoger inkomen had ook een meetbaar, significant, positief effect op de resultaten van de kinderen, maar wederom erg minimaal: het verklaarde maar 0,5% van de variantie in de resultaten.
- Niet helemaal een ouderfactor, maar wel reuze interessant: de mate van controle door de staat waarin het kind woont, heeft geen meetbaar positief of negatief effect op de resultaten die het kind heeft.
Hoe dat er bij ons uitziet?
Ik leer elke dag mee met mijn kinderen. Als Vera iets wil weten over de Middeleeuwen, duiken we er samen in. Als Alex plotseling geïnteresseerd raakt in hoe vliegtuigen werken, zoeken we het op.
Er zijn vakken waarin ik minder goed ben. Er zijn dingen waar mijn kinderen me inmiddels in voorbij zijn. En dat is prima — dan leren we samen hoe je hulp zoekt, een expert inschakelt, of een externe cursus gebruikt. Dat is op zichzelf ook een les.
En voor voortgezet onderwijs?
Naarmate kinderen ouder worden, wordt de stof complexer. Veel thuisonderwijsgezinnen schakelen dan externe docenten in, werken met online platforms, of sluiten aan bij andere gezinnen voor bepaalde vakken. Je hoeft het niet allemaal zelf te doen.
→ Voortgezet thuisonderwijs — hoe zit dat?
Er is geen perfect profiel
Er bestaan geen juiste diploma’s voor thuisonderwijs. Geen lijst met kwalificaties. Wat helpt: nieuwsgierigheid, geduld, en vertrouwen — in jezelf en in je kind.
→ Thuisonderwijs of school — hoe maak je die keuze?
→ Als je kind 2 is, is het tijd om deze vraag te stellen
→ Wat kost thuisonderwijs?

