Wat als je kind zelf naar school wil

Wat als je kind zelf naar school wil?

“Mama, mag ik naar school?”

Het is een vraag die af en toe terugkomt. Bij onze kinderen vooral rondom de 4e verjaardag, omdat elke volwassene dan vraagt of ze al zijn wezen wennen. En soms als we langs een schoolplein vol spelende kinderen lopen.

De eerste keer dat dat gebeurde, bij de oudste, heb ik lang nagedacht over de woorden. Niet vanwege angst. Meer van: hoe ga ik dit uitleggen op een manier die klopt en die ze begrijpt?


De vraag achter de vraag

Als een kind zegt dat het naar school wil, zegt het eigenlijk iets anders. Meestal. Het zegt: ik wil erbij horen. Ik wil wat mijn vriendinnetje heeft. Ik wil weten hoe dat voelt.

Dat is een heel menselijk verlangen. En ik neem het serieus.

Maar ik ga er ook niet in mee alsof “naar school gaan” een neutrale optie is die we op een willekeurige dinsdagochtend kunnen proberen. Want dat is het niet.


Wij gaan niet naar school “omdat wij dat nou eenmaal kiezen”

Dit is iets wat ik bewust wil uitleggen — ook aan mijn kinderen, op hun niveau. Want het misverstand dat thuisonderwijs een soort luxe lifestyle-keuze is, een hobby van ouders die het anders willen: dat klopt niet.

Wij doen thuisonderwijs omdat er geen school bestaat die past bij wie wij zijn.

Dat is geen dramatische uitspraak. Dat is gewoon de juridische werkelijkheid.

In Nederland is er recht op vrijstelling van de leerplicht voor ouders die bezwaar hebben tegen de richting van alle scholen in de omgeving. Richting betekent: de levensbeschouwelijke grondslag. Openbaar. Christelijk. Islamitisch. Humanistisch.

Wij beroepen ons op die vrijstelling. Niet omdat we iets willen bewijzen. Maar omdat er simpelweg geen school bestaat die aansluit bij onze levensovertuiging. We zijn niet een beetje anders — we zijn fundamenteel anders georiënteerd dan de richtingen die erkende scholen in onze regio vertegenwoordigen.

We onderwijzen thuis omdat we dat moeten, als we onze kinderen willen opvoeden in lijn met wie we zijn.


Wat zeg je dan tegen je kind?

Ik ben eerlijk. Op kindniveau, maar eerlijk.

“Er is geen school die bij ons past. Jij bent opgevoed met bepaalde waarden, een bepaalde manier van kijken. En die manier past niet in een schoolsysteem dat vanuit een andere grondslag werkt.”

Dat begrijpt een kind van zeven anders dan een kind van tien. Maar de kern is dezelfde.

En dan voeg ik iets toe wat net zo belangrijk is: “Ik begrijp dat je wilt weten hoe het is. Dat je nieuwsgierig bent. Dat je wil horen wat jij ervan vindt.”

Want dat is het échte gesprek.


Geen verbod. Wel eerlijkheid.

Ik ga mijn kinderen niet verbieden om te willen wat ze willen, om te voelen wat ze voelen. Dat werkt niet, en het kan ook niet. Ze mogen alles voelen en alles vragen.

Maar ik ben ook eerlijk over wat de realiteit is.

We kunnen niet zomaar “even proberen”. Eenmaal ingeschreven op een school, geldt de leerplicht volledig. Niet-meer-naar-school-gaan is dan juridisch een heel andere situatie dan nooit ingeschreven zijn geweest. Dat is iets wat ik mijn kinderen op hun niveau uitleg — en ik denk dat ze dat aankunnen. Kinderen kunnen meer aan dan we denken, als je het eerlijk en rustig brengt.

Bovendien hebben de kinderen soms een irreëel beeld van school: dat ze bijvoorbeeld bij -al hun vriendjes- in de klas zouden komen, of elkaar als brusjes veel zouden zien gedurende de dag, of dat ze elke week op schoolreisje naar een pretpark gaan. Die dingen staan namelijk in de vele (voor)leesboeken die we verslinden als gezin, dus die beeldvorming is een tikkeltje rooskleuriger dan de realiteit van een klaslokaal.


Maar wat als ze het echt wil?

Dat is de vraag die eronder zit. En het eerlijke antwoord is: ik weet het niet precies.

Ik geloof dat kinderen weten wat ze nodig hebben. Maar ik geloof ook dat kinderen niet altijd kunnen overzien wat de consequenties zijn van een keuze. Dat is niet onhandig of dom — dat is gewoon hoe een onrijp brein werkt. Dat is geen reden om ze te negeren. Wel een reden om in gesprek te blijven.

We praten erover. We onderzoeken wat ze missen. Is het de structuur? De leeftijdsgenoten? Het gevoel van ergens bij horen? Want dan kunnen we kijken of er een manier is om dát te vullen, zonder de hele onderwijsvorm overboord te gooien.

Vera gaat een ochtend per week naar een externe plusklas. De oudste drie zitten op scouting, alle kinderen zwemmen, er zijn er volgend seizoen twee onderdeel van een waterpoloteam. Ze horen ergens bij. Ze maken vrienden. Ze kennen het ritme van een groep.

Dat werkt.


De vraag die ik ook aan mezelf stel

Elke keer als een kind vraagt of het naar school mag, stel ik mezelf de vraag: doe ik dit voor mijn kinderen, of doe ik dit voor mezelf?

En het antwoord is: ik doe dit voor ons allemaal. Vanuit een overtuiging die diep gaat — niet oppervlakkig, niet uit gemak. Thuisonderwijs is niet de makkelijke keuze. Het is de enige keuze die nu klopt voor ons gezin.


Heeft jouw kind ook weleens gevraagd of het naar school mocht? Hoe ben jij daar mee omgegaan?

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *