Op deze site lees je veel over wat thuisonderwijs oplevert. Maar eerlijk zijn betekent ook de keerzijde benoemen.
Dit is geen lijst om je te ontmoedigen. Het is een lijst om je goed voor te bereiden.
1. Inkomstenderving
Dit is verreweg het grootste praktische nadeel. Je kind is meer thuis, dus jij kunt minder werken. Dat vraagt een andere financiële organisatie — of minder inkomen.
Er zijn gezinnen die dit oplossen via flexibel werk, online ondernemerschap, of een partner die afwisselt. Maar het vraagt bewuste keuzes, en die keuzes kosten soms iets.
→ Hoe zorg je voor inkomen bij thuisonderwijs?
2. Veel tijd samen
Je kind is thuis. Altijd. Dat is ook een voordeel — maar het vraagt iets van je. Er is minder vanzelfsprekende ruimte voor jezelf, voor je werk, je huishouden, je sport, voor je eigen hoofd.
Dit nadeel is natuurlijk óók een heel groot voordeel, het ligt er maar net aan hoe je het zelf ziet. Hier helpen de kinderen mee in het huishouden, neem ik ze mee naar de kapper/tandarts en slapen ze als ik ’s avonds werk.
Ik plan daarnaast bewust momenten in zonder kinderen. Niet altijd makkelijk, maar wel nodig.
→ Hoeveel tijd heb je voor jezelf bij thuisonderwijs?
3. Geduld – veel geduld
Je hebt niet de bekende ochtendspits-stress van broodtommel-jas-laarzen-waar-zijn-m’n-sleutels-ben-je-nou-nog-niet-klaar, maar je hebt wél een flinke dosis geduld nodig om eindeloos met je kind te leren lezen, schrijven, rekenen, etc. Je kind heeft waarschijnlijk bepaalde onderwerpen waar het minder makkelijk de stof tot zich neemt, tot mogelijke frustratie van jou en hen. Of jij hebt een vak wat je eigenlijk oerstom vindt, maar waar je wel samen met je kind doorheen moet worstelen.
Een kind dat maar niet begrijpt hoe je breuk optelt. Dezelfde uitleg voor de vijfde keer. Een ochtend die nergens op wil lijken.
Ik heb niet eindeloos geduld. Wat ik wel heb: eindeloze fascinatie voor mijn kinderen en voor leren. Dat helpt. Maar eerlijk is eerlijk: sommige dagen is het gewoon zwaar.
4. Jij bent verantwoordelijk
Op school draag je de verantwoordelijkheid voor de educatie van je kind deels over aan de leerkracht. Bij thuisonderwijs doe je dat niet. Als het goed gaat, is dat bevrijdend. Als het ergens schuurt, voelt die verantwoordelijkheid soms loodzwaar.
5. Kritiek van de omgeving
Die komt. Vrijwel altijd. Van familie, buren, kennissen. Hier is eigenlijk overal iets opmerkelijks aan de gang met de omgeving. Als je een baby hebt die goed slaapt, heb je mazzel. Maar als je een baby hebt die heel vaak wakker is, dan ligt het volgens de goedbedoelende buurvrouw aan de [borstvoeding/samen slapen/draagdoek/volle maan/vul maar in]. Met thuisonderwijs is dat net zo: gaat het met je kind van een leien dakje op academisch gebied, dan ligt het volgens diezelfde buurvrouw aan je slimme kind, maar gaat er iets mis, dan ligt “de schuld” uiteraard bij het thuisonderwijs.
Daar moet je tegen kunnen, of leren tegen kunnen. Want die kritiek gaat er komen, dat is vrijwel altijd zo als je voor iets ‘afwijkends’ kiest.
Je leert ermee omgaan — maar het kost energie, zeker in het begin.
→ Sociale druk weerstaan bij thuisonderwijs
6. Minder automatische sociale structuur
Schoolkinderen zitten dagelijks met dertig leeftijdsgenoten in een lokaal. Thuisonderwijskinderen niet. Die gedwongen sociale oefening — omgaan met iemand die je niet uitgekozen hebt, conflicten oplossen in een groep — valt weg.
Dat betekent niet dat thuisonderwijskinderen minder sociaal zijn. Maar je moet er bewuster voor zorgen: speelafspraken, clubs, scouting, andere thuisonderwijsgezinnen.
Vraag jezelf af hoe belangrijk dit is in jouw wereldbeeld en levensovertuiging. Hoe vaak ben je zelf nog met 30 leeftijdsgenoten uit hetzelfde postcodegebied naar één opperbevelhebber (hihi) aan het luisteren 6 uur per dag op een stoel? Ik chargeer, maar een kern van waarheid zit er zeker in: deze ‘sociale’ klas-setting bereidt niet echt voor op het ‘normale’ leven. De enige situatie waarin deze sociale situatie structureel voor komt, is op scholen.
Het thuisonderwezen kind krijgt méér de gelegenheid om te oefenen met sociale interactie op het eigen tempo, maar zeker ook met een meer diverse sociale interactie. Je kind is immers thuis als de meterstanden worden opgemeten, gaat met jou mee naar kapper en de tandarts en staat veel meer midden in de samenleving overdag dan schoolkinderen in hun afgesloten schoolgebouw terwijl hun ouders in de afgesloten kantoren werken.
7. Kosten
Je krijgt geen cent van de overheid. De ~€7.000 die een school per kind ontvangt, zie jij niet. Naast de inkomstenderving zijn er ook directe kosten: materialen, uitstapjes, activiteiten.
Die vallen mee als je creatief bent — bibliotheek, kringloop, buiten — maar ze zijn er wel.
→ Wat kost thuisonderwijs?
8. Minder vroege signalering
Leerkrachten zijn getraind om leer- en ontwikkelingsproblemen te herkennen. Als ouder heb je die training niet (altijd).
De keerzijde: doordat je zo dicht op je kind zit, merk je ook heel snel als er iets is. Maar je moet wel weten waar je op let, en wanneer je hulp zoekt.
Hier kun je ter overweging nemen of het in jouw wereldbeeld past dat er zo ongelofelijk veel diagnoses worden uitgedeeld aan jonge kinderen. Die vroege signalering kent namelijk ook weer zo z’n nadelen…
9. Ontwennen van het schoolse systeem
Eigenlijk komt deze in Nederland niet zoveel voor voor je kind , door hoe thuisonderwijs wettelijk is geregeld. Mocht je kind toch wel eerder naar school gegaan zijn en stap je nu over op thuisonderwijs, dan kan het zijn dat je kind tijd nodig heeft om los te geraken van “hoe school hoort”. Het kind is gewend om te wachten op de juf, op het groepsproces, op het verschil tussen mama/juf, en dat ontwennen heeft tijd nodig. Hoeveel tijd heeft ook te maken met het thuisonderwijstype dat je kiest: hoe schoolser, hoe minder groot de overgang.
Voor – jou als ouder – kan dit echter wel een rol spelen als je zelf naar school bent geweest. Het kan je onzeker maken als ouder en je doen twijfelen aan de juistheid van je keuze, als je kind anders leert of op ander tempo dan jij vroeger. Het kan zijn dat je je sterk afvraagt hoe je “moet beginnen” met thuisonderwijs, wat voor “rooster” je moet aanhouden en meer van dat soort schoolse dingen.
Gun jezelf en je kind vooral ook tijd voor het ontwennen. Interessant hierbij vind ik zelf steeds de vraag: “Hoe zou je het inrichten als je met 200 mensen op een onbewoond eiland strandt? Wat doe je dan met de kinderen?” Ook kan het boeiend zijn om bronnen te raadplegen waarin de einddoelen van de basisschool staan uitgelegd, zodat je weet waar je langzaam naar toe werkt.
Dit proces van ontwennen van schoolse dingen, wordt ook wel ontscholen of de-scholing genoemd.
→ Ontscholen: wat is het en hoe werkt het?
10. Wennen aan school (als het zover komt)
En andersom: wat als je kind later toch naar school gaat? Hoe went het dan?
De verhalen die ik hoor zijn vrijwel allemaal positief. Thuisonderwijskinderen zijn gewend om zelfstandig te werken, hebben een sterke intrinsieke motivatie, en passen zich snel aan. Maar het is een overgang, en die vraagt tijd.
→ Voortgezet (thuis)onderwijs: alle opties op een rij
Tot slot
Thuisonderwijs is niet makkelijker dan schoolonderwijs. Het is een andere keuze, met andere uitdagingen. De vraag is niet of er nadelen zijn — die zijn er altijd, bij elke keuze. De vraag is of de nadelen voor jóuw gezin opwegen tegen de voordelen.
→ Thuisonderwijs of school? Zo maak je een bewuste keuze
→ Thuisonderwijs in de wet

