Hyperlexia en vroeg lezen: wat is het, en waarom past thuisonderwijs er zo goed bij?

Stel je een peuter voor die nog geen drie is. Andere kinderen bakken zandtaartjes, maar dit kind zit op de grond met een pot pindakaas en gaat met een vingertje langs de ingrediëntenlijst. “A-r-a-c-h-i-d-e-o-l-i-e.”

Deel je zoiets op het consultatiebureau of in een groepsapp met andere moeders, dan krijg je grofweg twee reacties. De ene helft vraagt of je dat er met flitskaarten in hebt gestampt (“laat dat kind toch spelen”). De andere helft maakt zich direct zorgen over labeltjes of geeft het fenomeen meteen een zwaar woord: hyperlexia.

Bij ons thuis is vroeg lezen gewoon. Onze drie oudsten konden alle drie lezen voordat ze vijf waren, en waren op hun zesde AVI-uit. Onze jongste is vier en is net begonnen. En nu lezen de oudste drie ieder letterlijk een dik leesboek per dag. Ik weet dus hoe het voelt om een kind te hebben dat letters opslokt, en hoe snel de buitenwereld daar een label op wil plakken.

Toch is het goed om te weten wat hyperlexia precies is. Want vroeg lezen en hyperlexia zijn niet hetzelfde, en soms is het wél een signaal om even goed te kijken.

Wat is hyperlexia?

Hyperlexia is de term voor kinderen die heel vroeg, vaak voor hun vijfde en zonder dat iemand het ze heeft geleerd, woorden kunnen lezen. Daarbij is het technisch lezen (de letters omzetten in woorden) soms veel verder dan het begrijpen van wat er staat. Vaak hebben deze kinderen een intense fascinatie voor letters, cijfers en alles wat geschreven is.

De Amerikaanse psychiater Darold Treffert onderscheidde in 2011 drie soorten:

  1. Neurotypische vroege lezers. Kinderen die gewoon heel vroeg leren lezen, vaak samen met een grote woordenschat. Niets aan de hand, behalve dat ze voorlopen.
  2. Autistische kinderen voor wie lezen een “eilandvaardigheid” is. Het lezen loopt ver voor, terwijl de spraak, het begrip en het sociale contact achterblijven.
  3. Vroege lezers met autistische trekjes die later verdwijnen. Ze lijken als peuter op de tweede groep, maar groeien er naar hun vierde of vijfde grotendeels overheen.

Niet iedereen is het met die indeling eens. Sommige deskundigen vinden dat het woord hyperlexia alleen hoort bij de tweede groep, en dat je het bij de eerste gewoon “vroeg lezen” noemt. Maar de indeling laat wel iets belangrijks zien: hetzelfde gedrag kan iets heel verschillends betekenen.

Ik mis in deze groepering overigens zelf erg sterk de (uitzonderlijk) hoogbegaafde kinderen. Die zijn niet neurotypisch, hoeven ook zeker geen autistische trekjes te hebben, al worden die dingen wel vaak met elkaar verward.

Wanneer laat je het bekijken?

Een kind dat vroeg leest en daarnaast lekker kletst, vragen stelt, contact zoekt en begrijpt wat het leest, hoort vrijwel zeker bij de eerste groep. Daar hoef je je geen zorgen over te maken. Geniet ervan.

Maar zie je dat je kind alles leest en daarnaast:

  • zelf nog weinig of in korte, herhaalde zinnetjes praat,
  • weinig reageert als je iets vraagt, of zinnen letterlijk napraat,
  • weinig oogcontact maakt of weinig interesse toont in andere mensen,
  • heel erg vastzit aan routines of steeds dezelfde dingen wil,

bespreek het dan met het consultatiebureau of je huisarts. Niet omdat er per se iets mis is, maar omdat je wilt weten wat je kind nodig heeft. Een kind dat wél autistisch is, heeft net zo goed recht op een ouder die dat weet en ernaar kan handelen. En vaak geeft het ook gewoon rust.

Thuisonderwijs is daarbij geen reden om niet te kijken. Juist omdat je je kind elke dag ziet, merk je dit soort dingen vaak eerder op.

Waarom school vastloopt op vroege lezers

Welk type het ook is: school weet vaak weinig raad met een kind dat al leest voordat het in groep 3 zit. Het onderwijs is gebouwd rond een vaste volgorde. In groep 1 en 2 rijmen en letters herkennen, in groep 3 hakken en plakken (m-a-n wordt man), en pas later begrijpend lezen.

Een kind dat in groep 1 al de ondertiteling van het Jeugdjournaal leest, past daar niet in. Dat kan op twee manieren misgaan.

Het kind moet veel wachten. Een kind dat technisch al veel verder is, krijgt toch de leesboekjes van zijn niveau in de klas. Maandenlang “de kat van de man”, terwijl het thuis encyclopedieën leest. Dat is een snelle manier om de liefde voor lezen te smoren en de schoolmotivatie de das om te doen.

Het kind wordt afgeremd. Loopt het technisch lezen voor op het begrijpen, dan is de reflex vaak: eerst het begrip op niveau, dan pas verder. Maar je remt geen honger af omdat die niet in een tabel past. Begrip groei je niet door mínder te lezen.

Wat wij thuis doen

Thuis hoeven we niet te wachten op een klasgenootje of een toetsperiode. Dus we doen eigenlijk heel simpel: we laten ze zoveel lezen als ze willen.

Heel veel boeken. De bibliotheek is ons tweede huis. Niet alleen leesboeken op hun niveau, maar ook informatieboeken over dinosaurussen, mythologie, sterrenkunde en atlassen. Kinderen die vroeg lezen, willen de wereld in.

Praten over wat ze lezen. Begrip groeit niet van werkboekjes met droge teksten en controlevragen. Het groeit als je erover praat. Wat gebeurde er vandaag in je boek? Waarom deed de hoofdpersoon dat? Wat zou jij gedaan hebben? Aan tafel, in de auto, gewoon tussendoor.

Blijven voorlezen. Ook aan kinderen die zelf alles lezen. Voorlezen is het moment waarop je samen in een verhaal zit, en waarop je boeken kunt delen die ze zelf nog net te moeilijk vinden. Ook luisterboeken tellen mee. Ik lees standaard lange dikke boeken voor (bijvoorbeeld de Hobbit, de Wilde Robot triologie, het Oneindige Verhaal) tijdens het avondeten voor aan het hele gezin, dan eten ze een stuk rustiger en kunnen we wat meer ontspannen naar bed.

Schrijven als aparte vaardigheid. Lezen en schrijven gaan niet automatisch gelijk op. Een kind dat vloeiend leest, kan nog moeite hebben met de motoriek van het schrijven. Wij werken dagelijks met de schrijfmethode Schriftcode. Hoe dat bij ons gaat, lees je in Hoe wij schrijven leren.

Genoeg tegenwicht. Een kind dat de hele dag leest, heeft ook buiten, spel en andere mensen nodig. Gameschooling en veel buiten zijn zorgen bij ons voor die balans.

En ja: het geeft ook rust in huis

Laten we eerlijk zijn. Thuisonderwijs met meerdere kinderen is prachtig, maar ook best intensief. En een kind dat zichzelf een uur kan vermaken met een boek, is goud waard. Terwijl je een ander kind helpt met iets nieuws, of even je eigen werk doet, zit er een kind op de bank, compleet in een andere wereld.

Dat is geen verwaarlozing. Dat is zelfstandig leren in zijn mooiste vorm. Zolang je er maar voor zorgt dat het lezen een keuze is en geen vlucht, en dat er daarnaast genoeg tijd is voor contact, spel en buiten.

Laat het je niet afpakken

Heb je een kind dat letters opzuigt als een spons? Laat je dan niet aanpraten dat dat gedempt moet worden om in een schools format te passen. Kijk goed of er misschien meer speelt, zeker als de spraak of het contact achterblijft. En verder: bezoek de bibliotheek, praat over wat ze lezen en geniet er samen van.

Vroeg lezen is ook een van de dingen die vaak genoemd worden bij hoogbegaafdheid. Meer daarover lees je in signalen van hoogbegaafdheid.

Veelgestelde vragen

Wat is hyperlexia?

Hyperlexia is het verschijnsel waarbij een kind heel vroeg, vaak voor zijn vijfde en zonder les, woorden kan lezen. Het technisch lezen loopt daarbij ver voor op het begrijpen van de tekst. Vaak gaat het samen met een sterke fascinatie voor letters en cijfers.

Is hyperlexia hetzelfde als autisme?

Nee, maar het komt wel vaak samen voor. Volgens de indeling van Treffert zijn er drie soorten: neurotypische vroege lezers, autistische kinderen voor wie lezen een eilandvaardigheid is, en vroege lezers met autistische trekjes die later verdwijnen. Niet alle deskundigen zijn het met die indeling eens.

Mijn kind leest alles, maar praat zelf nog weinig. Moet ik me zorgen maken?

Het is verstandig om het te laten bekijken. Een groot verschil tussen lezen en spreken kan bij een gewone ontwikkeling horen, maar kan ook een signaal zijn van autisme of een taalontwikkelingsstoornis. Bespreek het met het consultatiebureau of je huisarts. Dan weet je wat je kind nodig heeft.

Moet ik begrijpend-lezen-werkboeken kopen?

Liever niet. Begrip groeit het best door veel te lezen en erover te praten. Stel open vragen over het boek dat je kind leest. Dat werkt beter dan invulbladen met controlevragen, en het houdt het plezier erin.

Hoe voorkom ik dat een lezend kind zich afsluit?

Zorg voor tegenwicht: buiten spelen, spelletjes, sport, en tijd met andere kinderen en volwassenen. Lezen is voor veel kinderen een manier om op te laden, en dat is prima. Let er alleen op dat het een keuze blijft en geen manier om contact te vermijden.

Bronnen (klik om te openen)

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *