Je bezwaren tegen de richting van scholen helder krijgen (deel 2)

In je kennisgeving voor artikel 5 onder b staat maar één zin: dat je overwegende bedenkingen hebt tegen de richting van alle scholen op redelijke afstand. Dit blog gaat over wat daaronder ligt. In vijf stappen leg je je eigen levensovertuiging naast de scholen in je omgeving en schrijf je per richting je bezwaar op in één heldere zin, met extra aandacht voor de openbare school. Niet voor de gemeente, maar zodat jij sterk in je schoenen staat.

In deel 1 heb je onderzocht waar je zelf voor staat. Laag voor laag: je wereldbeeld, je mensbeeld, je bronnen, je waarden en je visie op opvoeding en onderwijs. Nu zet je de volgende stap: je legt die overtuiging naast de scholen in je omgeving.

Laat ik meteen zeggen waar dit blog níet over gaat. Het gaat niet over wat je in je kennisgeving schrijft. Die houd ik zelf zo kaal mogelijk, en waarom heb ik uitgelegd in De Hoge Raad heeft gesproken. In je kennisgeving staat één zin: dát je overwegende bedenkingen hebt tegen de richting van het onderwijs op alle scholen binnen redelijke afstand. Meer vraagt de wet niet. Dus ook niet wát je levensovertuiging dan is, en ook niet wát je bezwaren dan zijn, laat me dat heel duidelijk stellen.

Dit blog gaat over wat er ónder die ene zin ligt: dat je overwegende bezwaren hebt. Want als je die verklaring ondertekent, wil je weten dat hij klopt. Je wilt het kunnen uitleggen aan je partner, aan je ouders, aan jezelf op een avond dat je twijfelt. Je wilt sterk in je schoenen staan, ook als een leerplichtambtenaar doorvraagt waar hij niets over te zeggen heeft. Dat bereik je niet met een stapel juridische argumenten, maar met helderheid.

Een eerlijke kanttekening vooraf: ik ben geen jurist en dit is geen juridisch advies. Krijg je te maken met een procedure, neem dan contact op met de NVvTO of een advocaat met ervaring in onderwijsrecht.

Wat “richting” wel en niet is

Voordat je bezwaren gaat formuleren, moet één begrip glashelder zijn: richting.

In de Leerplichtwet betekent richting de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag van het onderwijs. Het gaat dus over het wereldbeeld en mensbeeld dat een school uitdraagt, in haar lessen, haar vieringen, haar omgang met kinderen en haar antwoorden op de grote vragen.

Richting is níet:

  • de kwaliteit van het onderwijs of het oordeel van de Onderwijsinspectie,
  • de didactiek, zoals Montessori, Dalton of Jenaplan,
  • de grootte van de klassen,
  • het pestbeleid, het gebouw of de sfeer op het schoolplein,
  • het feit dat je kind hoogbegaafd is of extra ondersteuning nodig heeft.

Al die dingen kunnen heel goede redenen zijn om thuisonderwijs te geven in landen waar thuisonderwijs bij wet anders geregeld is. Ik kan er zelf een hele lijst van noemen. Maar ze vallen niet onder artikel 5 onder b. Dat maakt ze niet minder waar. Het betekent alleen dat je ze in dit onderzoek apart houdt, zodat je bezwaren tegen de richting zuiver blijven.

Een simpele toets helpt: zou je bezwaar verdwijnen als de school morgen beter onderwijs gaf, kleinere klassen had of een nieuw gebouw kreeg? Zo ja, dan gaat het niet over de richting.

Hoe wij het deden

Toen wij voor de schoolkeuze stonden, dachten we eerst dat het een enorme klus zou worden. Al die scholen in de buurt, al die schoolgidsen.

Dat viel mee. We zochten alle scholen in onze omgeving op via Scholen op de kaart. Daarna controleerden we per school in de schoolgids of de gegevens klopten. Want wat er op zo’n overzichtssite staat, is niet altijd hoe de school zichzelf beschrijft.

En toen bleek iets wat ons echt opluchtte: in onze regio rolden er maar vier richtingen uit. Redelijk veel scholen, maar maar vier verschillende grondslagen. We hoefden dus niet tientallen scholen te vergelijken, maar slechts vier richtingen. Dat maakte het overzichtelijk, en het maakte de gesprekken die volgden een stuk scherper.

Ik vermoed dat het bij jou net zo gaat. Het helpt om dat vooraf te weten, want het maakt de klus een stuk minder groot.

Stap voor stap van overtuiging naar bezwaar

Stap 1: Breng de scholen in kaart

Zoek alle relevante scholen binnen redelijke afstand van je woning op waarop jouw kind plaatsbaar zou zijn. De wet noemt geen vast aantal kilometers, maar uit de jurisprudentie blijkt 6 km voor de basisschool en 20 km voor het voortgezet onderwijs. Kijk dus wat in jouw situatie reëel is, en neem liever een paar scholen te veel mee dan te weinig.

Noteer per school:

  • de naam,
  • de richting volgens het overzicht,
  • de richting volgens de schoolgids, en of die met elkaar kloppen,
  • de datum waarop je het hebt gecontroleerd.

Groepeer de scholen daarna per richting. Grote kans dat je lijst ineens een stuk korter is.

Stap 2: Zoek uit wat elke richting uitdraagt

Nu ga je per richting kijken wat die feitelijk betekent. Niet alleen wat je erover denkt te weten, maar ook wat je erover kunt vinden en wat de school er zelf over zegt en doet. Het gaat hier vaak niet om het onderwijs, maar om de zaken die je in deel 1 over je levensovertuiging hebt opgeschreven. Bijvoorbeeld over het ontstaan van de aarde, over het bestaan van goed/kwaad, over een hiernamaals, over schuld en boetedoening, dat soort zaken. Goede bronnen zijn:

  • heilige geschriften van de desbetreffende godsdienst: in deel 1 zou dit onder “de bronnen” kunnen vallen
  • gesprekken met geestelijk leiders van de desbetreffende godsdienst: kijk naar interviews met de Dalai Lama of de Paus of andere geestelijk leiders, of beter nog ga zelf in gesprek met iemand van de desbetreffende kerk/synagoge/moskee/ander gebedshuis.
  • andere betrouwbare bronnen over de religie of levensovertuiging: weet je er echt niks van? Blijf dan alsnog weg van Wikipedia en AI; beiden zijn niet goed genoeg onderlegd om je niet om de tuin te leiden als het om zoiets belangrijks als gemoedsbezwaren gaat.

Daarnaast kun je per school nog een aantal andere bronnen onderzoeken, onder andere:

  • de schoolgids, vooral de paragraaf over identiteit, missie en visie,
  • de website, vaak met een pagina “waar wij voor staan”,
  • de vieringen: welke feesten worden gevierd, hoe, en is deelname verplicht?
  • de lessen levensbeschouwing: welke methode, hoeveel tijd, wie geeft ze?
  • burgerschapsonderwijs: welke waarden draagt de school actief over?
  • de omgangsregels en protocollen: welk mensbeeld zit erachter?

Schrijf zo letterlijk mogelijk op wat je vindt. Citaten uit de schoolgids zijn waardevoller dan je eigen samenvatting.

Stap 3: Leg het naast je eigen vijf lagen

Pak je antwoorden uit deel 1 erbij. Loop per richting je vijf lagen langs en stel bij elke laag dezelfde vraag: sluit wat de levensovertuiging van deze school uitdraagt hierop aan, of botst het?

Je zult merken dat het op sommige lagen best overlapt. Dat is prima en eerlijk. Het gaat om de plekken waar het wezenlijk schuurt.

Stap 4: Schrijf je bezwaar op in één zin

Nu komt het belangrijkste deel. Per richting schrijf je je bezwaar op in één heldere zin. Ik gebruik daarvoor een vast patroon:

Mijn overtuiging zegt [X]. De school draagt [Y] uit, in de vorm van [Z]. Daardoor krijgt mijn kind dagelijks een boodschap die botst met [X].

Een paar voorbeelden, bewust zonder één stroming te noemen:

  • Over gezag: “Voor ons komt het morele gezag uit [onze bron]. De school leert kinderen dat [een andere bron] dat gezag heeft, in de vorm van een dagelijkse dagopening en de lessen levensbeschouwing. Daardoor hoort ons kind elke dag dat de basis van goed en kwaad ergens anders ligt dan wij geloven.”
  • Over het jaarritme: “In ons gezin vormen [onze feesten] de kern van het jaar. De school viert [andere feesten] als gezamenlijke, verplichte vieringen voor de hele klas. Daardoor viert ons kind elk jaar feesten mee die een geloof uitdragen dat niet het onze is, en ontbreken de onze.”
  • Over het mensbeeld: “Wij geloven dat goed en kwaad niet iets is wat een groep mensen samen afspreekt. De school legt in haar burgerschapsonderwijs en omgangsregels de afspraken van de groep neer als hoogste norm. Daardoor leert ons kind dat moraal een kwestie van overeenstemming is.”

Dat laatste voorbeeld is geen toeval. Ook een school zonder religieuze grondslag draagt een mensbeeld uit. Ik schreef daar uitgebreid over in De mythe van de neutrale openbare school.

Stap 5: Onderscheid een overwegend bezwaar van een voorkeur

De wet spreekt niet van “bezwaren”, maar van overwegende bedenkingen. Dat is een zwaar woord, en dat mag je serieus nemen. Loop je zinnen daarom nog één keer na met deze vragen:

  • Raakt dit de kern van mijn overtuiging, of een detail? Een feest dat je net wat anders viert, weegt minder zwaar dan een school die een ander antwoord geeft op de vraag wat een mens is.
  • Gaat het om iets dat dagelijks of structureel terugkomt? Eén lesje per jaar weegt minder dan een grondhouding die door alles heen loopt.
  • Zou ik me echt niet kunnen neerleggen bij deze school, ook niet met thuis tegenwicht bieden? Als het antwoord eerlijk “jawel” is, is het een voorkeur.

Blijven er per richting een of twee zinnen over die overeind blijven? Dan heb je je fundament. Blijft er bij een richting niets wezenlijks over, ook dat is waardevolle informatie. Liever nu eerlijk tegen jezelf dat je niet aan de voorwaarden van de wet voldoet, dan later onzeker.

De openbare school verdient extra aandacht

Bij een school met een religieuze of levensbeschouwelijke grondslag is het vaak vrij duidelijk wat de school uitdraagt. Het staat in de schoolgids, het hangt aan de muur, het klinkt in de dagopening.

Bij de openbare school is dat lastiger, en sinds de uitspraak van de Hoge Raad ook belangrijker. De redenering van de Hoge Raad komt erop neer dat een openbare school geen eigen richting heeft, omdat ze godsdienst en levensbeschouwing objectief, kritisch en pluralistisch moet behandelen. Een openbare school is bijna overal binnen redelijke afstand. Juist hier wil je dus scherp hebben wat je ziet.

We weten nog niet hoe dit in de praktijk gaat uitpakken en wat de verdere gevolgen hiervan zullen zijn. De wet is niet gewijzigd, maar wat er gaat gebeuren in politiek en in jouw gemeente, durf ik je niet te zeggen.

Je kunt je wel proberen voor te bereiden voor als er ooit vragen komen. Een paar vragen om jezelf bijvoorbeeld te stellen terwijl je de schoolgids leest of een open dag bezoekt:

  • Welke feesten viert de school, en hoeveel aandacht krijgen feesten uit andere tradities?
  • Hoeveel tijd per jaar gaat er naar levensbeschouwing, en welke tradities komen daarin aan bod?
  • Wie geeft die lessen, en met welke opleiding of methode?
  • Welk mensbeeld zit er achter de omgangsregels, het pestprotocol en het burgerschapsonderwijs?
  • Wordt dat mensbeeld benoemd, of gepresenteerd als neutraal?
  • Bij welke vragen over goed en kwaad is “wat we samen afspreken” de hoogste norm?

Ik werkte die vragen eerder uit in Is het openbaar onderwijs wel echt pluralistisch?. Het punt is niet dat de openbare school slecht is. Het punt is dat ook zij keuzes maakt over wat een mens is en wat goed is. En die keuzes mag je naast de jouwe leggen, net als bij elke andere school.

Wat je met je bezwaren doet

Je hebt nu per richting een of twee zinnen. Wat doe je ermee?

Je houdt ze voor jezelf. Je bezwaren zijn je fundament, geen bijlage bij je kennisgeving. Informatie over je levensovertuiging is een bijzonder persoonsgegeven, en de gemeente heeft er niets mee te maken. Lees daarover ook Wie mag bepalen of jouw levensovertuiging goed genoeg is?.

Je bewaart ze bij je A4 uit deel 1. Samen vormen ze een compleet beeld: waar je voor staat, en waarom de scholen in je omgeving daar niet bij passen.

Je pakt ze elk jaar weer op. Je kennisgeving doe je elk jaar opnieuw vóór 1 juli. Scholen veranderen ook: er komt een nieuwe school bij, twee scholen fuseren, een school krijgt een nieuwe identiteit. Loop je kaart uit stap 1 dus jaarlijks even na.

Je bespreekt ze samen. Net als in deel 1 geldt: eerst ieder voor zich, dan samen. Bij ons werden de gesprekken over de scholen in de buurt pas echt scherp toen we onze eigen overtuiging al goed kenden.

Je zoekt steun als het nodig is. Vraagt de gemeente door, of krijg je een uitnodiging voor een gesprek? Weet dan dat je niet alleen staat. De NVvTO helpt leden met advies, en in Je vraagt geen vrijstelling aan lees je waarom je met een rechte rug dat gesprek in kunt.

Wil je alle stappen uit dit blog op papier, met een schoolkaart, een vergelijkingsschema per richting en de toetsvragen voor de openbare school? Download dan het gratis werkblad.

Veelgestelde vragen

Moet ik mijn bezwaren aan de gemeente laten zien?

Nee. De Leerplichtwet vraagt alleen dat je kennisgeving de verklaring bevat dat je overwegende bedenkingen hebt tegen de richting van de scholen binnen redelijke afstand. Wat die bedenkingen precies zijn, hoef je niet te delen. Het werk uit dit blog is voor jezelf.

Wat is een redelijke afstand?

De wet noemt geen vast aantal kilometers. De jurisprudentie spreekt over 6 km bij basisonderwijs en 20 km bij voortgezet onderwijs. Kijk daarbij naar alle scholen waarop een kind plaatsbaar is. (Als jouw kind bijvoorbeeld blind is, en niet plaatsbaar op een reguliere basisschool, kijk je naar de speciaal onderwijs scholen). Neem bij het in kaart brengen liever wat ruimer dan te krap. Twijfel je, vraag dan advies bij de NVvTO.

Telt een bezwaar tegen de didactiek, zoals Montessori of Dalton, ook mee?

Nee. Artikel 5 onder b gaat over de richting, dus de godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag van een school. Bezwaren tegen de didactiek, de kwaliteit of de klassengrootte kunnen terechte redenen zijn om thuisonderwijs te geven in andere landen, maar vallen niet onder dit artikel en zijn in Nederland dus niet rechtsgeldig.

Mijn kind zat vorig jaar nog op school. Kan ik dan nog een beroep doen op 5 onder b?

Let hier goed op. Volgens artikel 8 van de Leerplichtwet is de verklaring niet geldig als je kind in het jaar vóór de kennisgeving op een school stond van de richting waartegen je bedenkingen hebt. Lees meer in Mijn kind gaat al naar school, mag ik nog thuisonderwijs geven?.

Wat als er een nieuwe school in de buurt komt?

Dan neem je die school mee in je jaarlijkse ronde. Loop vóór elke kennisgeving je kaart van scholen opnieuw na en kijk of er iets is veranderd in het aanbod of in de richting van bestaande scholen.

Ik vind bij één richting geen wezenlijk bezwaar. Wat nu?

Wees daar eerlijk over tegen jezelf. Het is beter om dat nu te ontdekken dan later onzeker te worden. Kijk nog eens naar je vijf lagen uit deel 1: soms zit het bezwaar dieper dan je eerst dacht, soms is het er echt niet. Bespreek het met je partner en vraag bij twijfel advies bij de NVvTO.

Bronnen

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *