Wie thuisonderwijs geeft op grond van artikel 5 onder b, hoeft zijn levensovertuiging aan niemand uit te leggen, maar moet hem zelf wel helder hebben. In dit blog onderzoek je je overtuiging in vijf lagen: je wereldbeeld, je mensbeeld, je bronnen, je waarden en je visie op opvoeding en onderwijs. Je krijgt journalvragen, een landkaart van levensovertuigingen en een gratis werkblad, als basis voor deel 2, waarin je je bezwaren tegen de richting van scholen formuleert.
Als je thuisonderwijs geeft op grond van artikel 5 onder b, hoef je niemand uit te leggen wat je gelooft. Niet de leerplichtambtenaar, niet de buren, niet de juf van de school om de hoek. Ik heb daar al uitgebreid over geschreven, en ik sta er nog steeds volledig achter.
Maar er is één persoon aan wie je het wél moet kunnen uitleggen: jezelf.
Want als je een beroep doet op je recht, verklaar je in feite dat je overwegende bedenkingen hebt tegen de richting van alle scholen op redelijke afstand van je woning. Dat is een stevige uitspraak. En je kunt pas echt bedenkingen hebben tegen een andere levensovertuiging als je heel precies weet wat de jouwe is.
Dat klinkt vanzelfsprekend. Dat is het niet. De meeste mensen leven hun overtuiging, maar hebben die nooit goed doordacht of opgeschreven. Ze weten wat goed voelt en wat schuurt, maar niet altijd waaróm. In dit blog neem ik je mee in hoe je dat stuk zelfstudie aanpakt, met journalvragen die je kunt gebruiken (ook als printbaar werkblad). In deel 2 zetten we de volgende stap: hoe je vanuit die helderheid je bezwaren tegen andere richtingen formuleert.
Hoe dit bij ons begon (lang voor de schoolkeuze)
Mijn man en ik zijn altijd mensen geweest die graag met elkaar praten. Al ruim voordat onze eerste dochter geboren werd, hadden we eindeloze gesprekken over hoe we het ouderschap voor ons zagen. Word je een helikopterouder, die boven het kind blijft hangen en elk obstakel wegneemt? Een vuurtorenouder, die op afstand staat maar licht geeft en de koers bewaakt? Of een hangmatouder, die het allemaal laat gebeuren?
En die gesprekken gingen verder dan opvoedstijl. Hoe kijk je naar ziekte en lijden? Wat is de rol van God, of van geloof, in ons leven? Wat is een kind eigenlijk, en wat zijn wij als ouders voor dat kind? Wat betekent opvoeding, en wat betekent onderwijs, en zijn dat twee verschillende dingen?
Die gesprekken zijn altijd een sterke basis geweest onder ons huwelijk. We wisten van elkaar waar we stonden, en waar we het mogelijk (nog) niet over eens waren.
Toen we voor de schoolkeuze stonden, kregen al die gesprekken een nieuwe laag. We moesten onze eigen overtuiging niet alleen kennen, we moesten haar ook naast die van anderen leggen. Naast de levensbeschouwing van de katholieke school, de christelijke school, de school die zich “openbaar” en neutraal noemde. Pas toen merkten we hoe waardevol het was dat we dat fundament al jaren aan het bouwen waren. En waar we nog gaten hadden.
Dat proces wil ik je hier aanreiken.
Vijf lagen om je levensovertuiging te onderzoeken
Een levensovertuiging is geen losse mening. Het is een samenhangend geheel van hoe je naar de werkelijkheid, de mens en “het goede leven” kijkt. Om dat helder te krijgen, helpt het om in lagen te werken: van het meest fundamentele naar het meest concrete.
Neem per laag de tijd. Schrijf je antwoorden op, het liefst met de hand. Doe het eerst alleen en bespreek het daarna met je partner. De verschillen zijn minstens zo interessant als de overeenkomsten.
Laag 1: Je wereldbeeld
Dit is het fundament. Hoe zit de werkelijkheid in elkaar, volgens jou?
- Waar komt volgens jou alles vandaan? Is er een begin, een schepper, een oorsprong, of is die vraag voor jou niet relevant?
- Bestaat er volgens jou iets dat groter is dan de mens? Hoe zou je dat noemen, en hoe verhoud je je ertoe?
- Wat is waarheid voor jou? Is er één waarheid, of zijn er meerdere?
- Hoe kijk je naar ziekte, lijden en tegenslag? Hebben die een betekenis, of overkomen ze ons gewoon?
- Wat gebeurt er volgens jou als we sterven?
- Is de wereld volgens jou in wezen goed, slecht, of geen van beide?
Laag 2: Je mensbeeld (en je kindbeeld)
Hoe je naar mensen kijkt, bepaalt hoe je naar je kinderen kijkt.
- Wat maakt een mens tot mens? Wat onderscheidt ons, als dat er is, van dieren?
- Wordt een mens volgens jou goed geboren, met een neiging tot het kwade, of als onbeschreven blad?
- Wat is een kind volgens jou? Een klein mens dat al compleet is, een wezen in ontwikkeling, een geschenk, een verantwoordelijkheid?
- Heeft ieder mens een bestemming of doel? Zo ja, wie of wat bepaalt dat?
- Hoe kijk je naar vrije wil? Hoeveel van wie we worden, kiezen we zelf?
- Wat is volgens jou een goed leven? Wanneer heeft iemand “goed geleefd”?
Laag 3: Je bronnen en gezag
Waar haal je je overtuiging eigenlijk vandaan? Dit is een laag die veel mensen overslaan, terwijl hij later cruciaal blijkt.
- Op welke bronnen baseer je je overtuiging? Denk aan teksten, tradities, familie, ervaringen, intuïtie, rede.
- Welke van die bronnen weegt voor jou het zwaarst als ze elkaar tegenspreken?
- Wie of wat heeft voor jou gezag als het gaat om goed en kwaad? Jijzelf, je geweten, een traditie, een gemeenschap, God?
- Welke overtuigingen heb je van huis uit meegekregen? Welke heb je behouden, en welke bewust losgelaten?
- Zijn er momenten of ervaringen geweest die je overtuiging fundamenteel hebben gevormd of veranderd?
- Welke teksten of mensen zou je je kinderen zeker willen laten kennen?
Laag 4: Je waarden in het dagelijks leven
Een overtuiging leeft pas echt in de praktijk. Hier wordt het concreet.
- Welke drie tot vijf waarden zijn voor jou niet onderhandelbaar?
- Welke feesten, rituelen of tradities vier je, en waarom juist die? Welke vier je bewust níet?
- Hoe zie je je verhouding tot de natuur, tot dieren, tot de aarde?
- Hoe ga je om met geld, bezit en delen? Komt dat voort uit je overtuiging?
- Hoe kijk je naar gezag in de maatschappij: de overheid, de wet, instituties?
- Wat betekenen huwelijk, relaties en trouw voor jou?
- Hoe zie je de rollen van mannen en vrouwen, in het gezin en in de samenleving? Zijn ze voor jou gelijk, verschillend, aanvullend?
- Hoe kijk je naar seksualiteit? Wat vind je daarin goed en waardevol, en wanneer en hoe wil je dat je kinderen erover leren?
- Waar zou je nooit aan meedoen, ook niet als het van je gevraagd werd?
- Welke gewoonten in jullie gezin zouden een buitenstaander vertellen waar jullie voor staan?
Laag 5: Je visie op opvoeding en onderwijs
Dit is de laag waar alles samenkomt, en waar je straks in deel 2 op voortbouwt. Ik schreef eerder al over hoe opvoeding en onderwijs met elkaar verweven zijn.
- Ben je een helikopterouder, een vuurtorenouder, een hangmatouder, of iets heel anders? Waarom past dat bij wat je gelooft?
- Wie is volgens jou eerstverantwoordelijk voor de vorming van een kind? De ouders, de gemeenschap, de staat?
- Wat is het doel van onderwijs volgens jou? Kennis, karaktervorming, burgerschap, zelfontplooiing, iets anders?
- Wat moet een kind in elk geval meekrijgen voordat het volwassen is?
- Welke boodschappen over goed en kwaad, over de mens, over de wereld wil je níet dat je kind dagelijks van een ander krijgt?
- Hoe wil je dat je kind omgaat met mensen die er heel anders over denken?
- Op welk moment mag je kind zelf gaan kiezen waarin het gelooft? Hoe begeleid je dat?
Een landkaart van levensovertuigingen
Misschien merk je tijdens het journalen dat je soms de woorden mist. Dan helpt het om te zien welke overtuigingen er allemaal bestaan. Niet om jezelf in een vakje te plaatsen, maar om te ontdekken waar je herkenning voelt, waar je afstand voelt, en waarom. Juist dat “waarom” is goud waard voor deel 2.
Bedenk ook: er bestaan wereldwijd duizenden religies en stromingen. Onderstaande kaart is dus nooit compleet. Het is een vertrekpunt.
Abrahamitische religies
- Jodendom: orthodox, masorti (conservatief), liberaal
- Christendom: rooms-katholiek, oosters-orthodox, protestants (onder meer hervormd, gereformeerd, luthers, doopsgezind, baptistisch, evangelisch, pinkstergemeenten), Quakers, zevendedagsadventisten, Getuigen van Jehovah, Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen
- Islam: soennitisch, sjiitisch, soefisme, ahmadiyya
- Bahá’í
Religies uit India
- Hindoeïsme, met stromingen als vaishnavisme, shaivisme en advaita vedanta
- Boeddhisme: theravada, mahayana, zen, Tibetaans boeddhisme
- Sikhisme
- Jaïnisme
Oost-Aziatische tradities
- Taoïsme
- Confucianisme
- Shinto
Natuurgerichte en inheemse tradities
- Heidendom en paganisme, waaronder wicca en druïdisme
- Sjamanisme
- Inheemse spiritualiteit van volken wereldwijd
Spirituele en esoterische stromingen
- Antroposofie
- Theosofie
- Rozenkruisers
- New Age-spiritualiteit
Seculiere en filosofische levensbeschouwingen
- Humanisme
- Atheïsme en agnosticisme
- Stoïcisme
- Existentialisme
- Pantheïsme (bijvoorbeeld in de lijn van Spinoza) en deïsme
Persoonlijke en samengestelde overtuigingen
Veel mensen vinden zich niet (helemaal) terug in één traditie. Ze putten uit meerdere bronnen, of hebben een overtuiging die ze nergens anders tegenkomen. Ook dat is een levensovertuiging.
Een paar vragen om bij deze kaart te gebruiken:
- Bij welke stromingen voel je herkenning? Wat precies spreekt je aan?
- Bij welke voel je juist weerstand? Kun je die weerstand in één zin verwoorden?
- Welke stroming ken je eigenlijk alleen van horen zeggen? Zou je daar meer over willen lezen voordat je er iets van vindt?
Zo pak je de zelfstudie praktisch aan
Geef het tijd. Dit doe je niet op één avond. Neem bijvoorbeeld één laag per week, en daarna een week voor de landkaart. Dan heb je in anderhalve maand een stevig fundament.
Schrijf. Gedachten die je alleen denkt, blijven vaag. Gedachten die je opschrijft, dwingen je tot precisie. Een gewoon schrift is genoeg.
Eerst alleen, dan samen. Beantwoord de vragen eerst ieder voor zich en leg ze daarna naast elkaar. Bij ons leverden juist de verschillen de mooiste gesprekken op.
Ga naar de bron. Lees over je eigen traditie (en later over andere) bij voorkeur in de oorspronkelijke teksten of bij mensen die er zelf in staan, niet alleen in samenvattingen van buitenstaanders en zeker niet alleen op basis van wat AI erover zegt.
Toets je eigen overtuiging. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens kijkt bij levensovertuigingen of ze serieus, samenhangend, belangrijk en overtuigend zijn. Dat is geen toets die een ambtenaar bij jou mag afnemen, maar het zijn wel prachtige vragen om jezelf te stellen. Hangt mijn overtuiging samen? Raakt ze aan wezenlijke levensvragen? Leef ik er ook echt naar?
Vat het samen op één A4. Schrijf tot slot in je eigen woorden op waar je voor staat. Geen officieel document, gewoon voor jullie. Bewaar het privé.
Herijk elk jaar. Je kennisgeving doe je jaarlijks vóór 1 juli. Een mooi moment om je A4 er ook weer bij te pakken. Overtuigingen verdiepen zich, en soms verschuiven ze.
Wat je níet hoeft
Laat ik heel duidelijk zijn, want ik wil niet dat dit blog verkeerd landt:
- Je hoeft je levensovertuiging aan niemand te laten zien. Niet aan de gemeente, niet aan de leerplichtambtenaar. Informatie over je levensbeschouwing is bovendien een bijzonder persoonsgegeven onder de AVG. Lees daarover Wie mag bepalen of jouw levensovertuiging goed genoeg is? en wat de leerplichtambtenaar wel en niet mag.
- Je hoeft geen label te hebben. Een overtuiging zonder naam is net zo echt als een overtuiging met naam.
- Je hoeft niet lid te zijn van een kerk of gemeenschap. De wet vraagt daar niet om.
- Je hoeft niet perfect consistent te zijn. Elk mens heeft vragen, twijfels en losse eindjes. Zelfonderzoek is juist bedoeld om die te ontdekken.
- Je hoeft niet klaar te zijn. Dit is een levenslang gesprek, met jezelf en met je partner.
En dan: deel 2
Als je dit onderzoek hebt gedaan, sta je steviger. Je weet wat je gelooft, waarom, en hoe dat doorwerkt in je opvoeding. Dan kun je de volgende stap zetten: die overtuiging naast de richting van de scholen in je omgeving leggen. Ook naast de openbare school, die zich pluralistisch en neutraal noemt, maar wel degelijk een moreel kader uitdraagt. Daarover gaat deel 2: hoe je je zwaarwegende bezwaren helder formuleert. Voor jezelf, en zo nodig voor een rechter.
Wil je de journalvragen uit dit blog op papier?
Veelgestelde vragen
Moet mijn levensovertuiging religieus zijn?
Nee. De Grondwet beschermt godsdienst en levensovertuiging op gelijke voet, en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens spreekt van godsdienstige én filosofische overtuigingen. Waar het om gaat is dat je overtuiging serieus en samenhangend is en wezenlijk raakt aan hoe je leeft.
Moet ik mijn levensovertuiging opschrijven voor de gemeente?
Nee. Je kennisgeving op grond van artikel 5 onder b bevat de verklaring dat je overwegende bedenkingen hebt tegen de richting van de scholen op redelijke afstand. Wat je overtuiging precies is, hoef je niet te delen. Het zelfonderzoek in dit blog is alleen voor jezelf.
Wat als mijn partner en ik verschillend denken?
Dat is heel normaal, en juist waardevol om te ontdekken. Vaak blijken de verschillen kleiner dan gedacht of liggen ze op details, terwijl het fundament gedeeld wordt. Neem de verschillen mee in jullie gesprekken en kijk waar jullie samen staan als gezin.
Hoe lang duurt zo’n zelfonderzoek?
De rest van je leven 😉 Reken op een paar weken tot een paar maanden als je het grondig doet, bijvoorbeeld één laag per week. Maar eigenlijk ben je er nooit helemaal klaar mee: je overtuiging verdiept zich met de jaren.
Moet ik lid zijn van een kerk of geloofsgemeenschap?
Nee. De Leerplichtwet stelt geen eis van lidmaatschap. Je overtuiging hoeft niet aan een instituut of organisatie gekoppeld te zijn.
Kan ik dit onderzoek ook samen met mijn kinderen doen?
Ja, maar niet op het moment dat je de eerste kennisgeving moet doen. Een vierjarige is hier hoogstwaarschijnlijk niet aan toe.
Later? Zeker, in aangepaste vorm. Veel van de vragen uit laag 1, 2 en 4 zijn prachtige gespreksstarters aan tafel. Zo leren je kinderen niet alleen wát jullie geloven, maar ook dat je over je overtuiging mag nadenken en praten. En zeker ook dat jouw levensovertuiging mag afwijken van die van een ander.
Bronnen
- Leerplichtwet 1969, artikel 5, 6 en 8
- Grondwet, artikel 6 (vrijheid van godsdienst en levensovertuiging) en artikel 23 (vrijheid van onderwijs)
- Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, artikel 9 en artikel 2 van het Aanvullend Protocol (recht van ouders op onderwijs in overeenstemming met hun eigen godsdienstige en filosofische overtuigingen)
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Campbell en Cosans tegen het Verenigd Koninkrijk (1982)
- Algemene Verordening Gegevensbescherming, artikel 9 (bijzondere persoonsgegevens)
- Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, artikel 26 lid 3

