Je kind leert “delen” op school, met een methode en een leerdoel erbij. Thuis leert het delen door gewoon met zijn broertje te discussiëren om de laatste stroopwafel.
Waarom is het ene onderwijs, en het andere opvoeding?
Ik heb daar geen antwoord op. Dat is precies één van mijn stokpaardjes: ik geloof niet dat er een knip hoort te zitten tussen die twee.
Voor mij is het één ding
Bij het opvoeden van mijn kinderen hoort dat ze aardig zijn voor anderen, sociaal zijn, fijn kunnen spelen. Daar hoort bij dat ze zich wassen en hun tanden poetsen. Daar hoort net zo goed bij dat ze weten wat letters zijn, wat cijfers betekenen, hoe de wereld in elkaar zit.
Dat zijn voor mij geen verschillende dingen. Het is allemaal gewoon opvoeden. Punt.
Ik begeleid mijn babies bij het leren melk drinken en hoofdje optillen. Mijn peuters bij het zindelijk worden en leren boterhammen smeren. Mijn kleuters bij het jas aan doen en fietsen. En mijn oudere kinderen óók met academische vaardigheden. Ik zie op recht de lijn niet waar mijn opvoeding ophoudt en mijn onderwijs begint.
Die knip tussen opvoeding en onderwijs is er overigens pas zo’n tweehonderd jaar. En hij schuift nog steeds op: steeds meer van wat vroeger gewoon opvoeding was, wordt nu “aangeleerd” op school of de opvang, met een methode en een leerdoel erbij. Alsof ouders dat zelf niet meer zouden kunnen. Of mogen.
Een voorbeeld om het te illustreren: steeds meer kinderen kunnen niet fietsen als ze naar school moeten. Tegenwoordig wordt er op scholen “fietsles” gegeven aan kleuters om “fietsarmoede” tegen te gaan. Goed initiatief natuurlijk: maar, die taak ligt toch bij de ouders? En belangrijker: welke andere vaardigheden lijden onder dit soort “extra” activiteiten?
De keukentafel: twee uur, niet acht
Onze dag begint altijd hetzelfde. Opstaan, aankleden, ontbijten. Zoals in elk Nederlands gezin. Daarna ziet het er even anders uit. Geen gestress in de gang met jassen en gymtassen en broodtrommels, geen natte fietstochten, maar een samenkomen aan de keukentafel voor een uurtje of twee schoolse vaardigheden: lezen, schrijven, rekenen. Dat gaat nou eenmaal het makkelijkst met je billen op een stoel, dat ontken ik niet. Meer over hoe we die uurtjes precies indelen lees je in thuisonderwijs in de praktijk.
Om elf uur of eerder klappen de schriften dicht. En dan begint pas het grootste deel van de dag. Met veel meer, en veel leuker, “onderwijs” erin.
De Goudvliesbundelzwam
Op een gewone dinsdagmiddag vindt een van de kinderen bijvoorbeeld een prachtige zwam tegen een omgevallen boom in het bos bij Rhenen. “Mama, wat voor paddenstoel is dat?” Ik weet het niet. We zoeken het samen op zodra we thuis zijn: sporen, kleuren, vorm. De Goudvliesbundelzwam, zo blijkt.
Die avond, aan tafel, vertelt hij aan zijn zussen precies het verschil tussen paddenstoelen en zwammen. Niet omdat het moest voor een toets of omdat het in een werkboek stond. Gewoon omdat hij het wilde weten en het toen niet meer losliet tot hij een bevredigend antwoord had. Mijn man en ik leerden gezellig mee.
Dat middaguur in het bos was geen “vrije tijd, dus morgen extra schoolwerk.” Het ís gewoon onderwijs geweest. Ik hoef er achteraf geen vinkje voor te zetten om het te laten tellen. We gingen ook niet met leerdoelen gewapend het bos in: ze waren druk en ik kon ze achter het behang plakken we wilden gewoon fijn buiten spelen.

Bij de kassa, bij het animatieteam
Mijn kinderen praten met iedereen. De caissière, de postbode, de buurman, de gids in het museum die geduldig antwoord geeft op de tiende “maar waarom dan” op rij. Op de camping vroeg mijn dochter het animatieteam vorige zomer zelf hoe het springkussen precies werkt, waarom de een sneller leegloopt dan de ander en hoe het kan dat het met zoveel ducktape toch omhoog blijft. Niet brutaal. Gewoon op recht nieuwsgierig, en niet bang om dat te laten zien. Dat ze het in het zelfverworven steenkolen Engels deed, maakte het extra leuk!
Dat sociale durven lukt volgens mij niet vanzelf. Dat lukt omdat ze de tijd en de ruimte hebben om die gesprekken te voeren, met wie dan ook, op een random dinsdagmiddag. En ook omdat ze niet geleerd is dat je te brutaal bent als je vaak vragen stelt, niet geleerd is altijd op een ander te moeten wachten, niet geleerd is dat “sociaal” betekent dat je hele dagen stil in de klas moet zitten en niet met je vriendjes mag praten.
Het plaatje dat mensen hebben, klopt niet
Arme thuisonderwijskinderen, van half negen tot drie aan de keukentafel, tegenover hun moeder die voor een schoolbord staat. Zonder vriendjes, zonder schoolplein, wat sneu. Het doet me verdriet dat mensen dat beeld hebben. Alsof mijn kinderen opgesloten zitten in huis met alleen maar hun moeder, terwijl ze juist méér onder de mensen komen dan de meeste schoolgaande kinderen.
Onze kinderen zijn bij hun grootouders, tantes, bij de gastouder, op excursie. Ze gaan naar scouting, naar waterpolo en naar thuisonderwijsbijeenkomsten. Ze ontmoeten mensen van alle leeftijden en achtergronden, niet alleen dezelfde dertig even oude kinderen uit hetzelfde postcodegebied, begeleid door telkens dezelfde juf, jaar in jaar uit. (Waarom die dertig kinderen eigenlijk geen goede afspiegeling van of voorbereiding zijn op de maatschappij, lees je in de socialisatie-mythe.)
Juist door het één op één karakter van thuisonderwijs houden we de tijd “over” om er echt op uit te gaan. Niet ondanks thuisonderwijs. Dankzij.
Dit kan niet iedereen zomaar
Ik weet dat deze vrijheid niet vanzelfsprekend is. Wij hebben een gastouder, een partner met wie we de zorg kunnen verdelen, en (online) werk dat flexibel genoeg is om ruimte te maken voor een middag in het bos op een dinsdag. Dat is een bevoorrechte positie, en ik wil niet doen alsof elk gezin dat zomaar eenvoudig zo kan inrichten.
Maar de kern staat los van die praktische kant: onderwijs hoeft geen apart lokaal en aparte juf te hebben. Het hoeft niet perfect voorbereid te zijn. Het is een proces, geen afvinkformulier.
Thuisonderwijs is bovendien helemaal niet zo anders dan gewoon bewust, met aandacht en liefde en tijd, je kinderen blijven opvoeden zoals je dat ook deed toen ze baby, peuter en kleuter waren. Je past je activiteiten, taalgebruik en verwachtingen aan aan hoe oud je kindje is. Ik doe dat ook. That’s it. Geen scheidslijn tussen onderwijs en opvoeding., gewoon een doorgaande lijn van mijn kinderen blijvend begeleiden in hun leven tot ze oud en wijs genoeg zijn om het zelf te kunnen.
Dit is geen theorie voor mij. Het is hoe elke doordeweekse dag er bij ons uitziet, al jaren.
Herken je dit, dat onderwijs en opvoeding voor jou eigenlijk ook één ding zijn? Ik hoor het graag in de reacties.
→ Thuisonderwijs in de praktijk: zo ziet leren er bij ons écht uit → Dagplanning thuisonderwijs: realistische schema’s die wél werken
Wil je niets missen van deze reeks? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen opvoeding en onderwijs?
Officieel wordt onderwijs gezien als het aanleren van kennis en vaardigheden via een gestructureerd programma, en opvoeding als de bredere vorming van een kind thuis. In de praktijk lopen deze twee voortdurend in elkaar over, en bij thuisonderwijs is die scheiding vaak kunstmatig of ontbreekt deze.
Hoeveel uur per dag besteden jullie aan schoolse vaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen?
Ongeveer een uur tot twee uur per dag, aan de keukentafel. De rest van de dag leren de kinderen via musea, uitjes, boeken, gesprekken en vrij spel, wat ook meetelt als onderwijs binnen de leerplichtwet.
Is deze manier van thuisonderwijs geven wettelijk toegestaan in Nederland?
Ja. Zolang een kind onder artikel 5 sub b van de leerplichtwet is vrijgesteld, bepaalt de wet niet hoeveel uur per dag er “formeel” lesgegeven moet worden of hoe die tijd wordt ingedeeld.
Hoe zorg je dat kinderen genoeg leren als er geen vast lesprogramma is?
Door te vertrouwen op wat er in de praktijk gebeurt: een middag in het bos, een gesprek met een museumgids, of een boek dat een kind zelf oppakt, levert net zoveel op als een lesuur, vaak meer omdat het aansluit bij wat een kind op dat moment interesseert. We kijken regelmatig naar de kerndoelen van de SLO om te reflecteren waar de kinderen staan en wat een volgende stap zou kunnen zijn.

