Ik heb twee katten. Een ander heeft een hond. Ik heb nog nooit meegemaakt dat iemand zich fel gaat verdedigen over waarom een hond eigenlijk veel beter is.
Vertel ik je dat mijn kinderen thuisonderwijs krijgen, terwijl die van de ander juist naar school gaan, dan is die kans ineens een stuk groter. Ook als ik totaal niet bedreigend of betuttelend of neerbuigend over kom, maar heel neutraal iets deel.
“Welke groep zit je dan?”
Bij de kassa, vorige week nog: “Welke groep zit je dan, meisje?” Mijn dochter, zonder aarzelen: “Ik zit niet in een groep, ik doe thuisonderwijs.” Qua awkard silence van tien seconden. Dan: “Oh, wat knap van je moeder.” Ze kijkt mij niet eens aan als ze dat zegt. Alsof mijn dochter er niet bij staat om zelf antwoord te geven.
De kinderen hebben er zelf een repertoire aan grappige of serieuze antwoorden op. Ik laat het inmiddels vaak gewoon aan me voorbij gaan.
De keuze die geen keuze ís
Eerst even dit belangrijke onderscheid. Wij “kiezen” niet voor thuisonderwijs. Er is van onze levensovertuiging geen school op redelijke afstand van ons woonadres en dus zijn onze kinderen vrijgesteld van de leerplicht. Om ervoor te zorgen dat aan het recht van de kinderen op onderwijs toch wordt tegemoet gekomen, geven wij hen thuis (en overal op de wereld!), onderwijs. Het is dus geen kwestie van “kiezen” tussen school of thuisonderwijs, het is een noodgedwongen situatie waar we het beste van maken 🙂
“Dan kan ze leuk Spaans leren”
Toen de uitslag van Vera’s IQ-test er was, vroegen verschillende familieleden naar het cijfer. Dan bleef het een paar seconden stil. Toen: “Oh, dan kan ze leuk Spaans leren. Of naar die hoogbegaafde school bij jullie in de buurt.” Bijna niemand vroeg hoe het nu met haar ging, of wat die uitslag voor ons als ouders betekende. De aanname dat thuisonderwijs dan maar “klaar” moest zijn, sloeg bovendien kant noch wal: ze had niet ineens ándere (leer)behoeften nu we een cijfertje wisten. En wij hadden niet ineens een ándere levensovertuiging.
Geen kwaad in de zin, denk ik. Maar het liet zien hoe weinig er eigenlijk begrepen werd van de situatie waarin we zaten, en nog steeds zitten.
Wat mist een kind eigenlijk in een klas van dertig?
De gesprekken die volgen gaan meestal over wat mijn kinderen zouden mislopen. Schoolreisjes. Het kamp. De eindmusical. “Ze moeten toch ook weerbaar worden?”
Maar die vraag wordt nooit andersom gesteld. Wat mist een kind dat wél zes uur per dag in een klas met dertig leeftijdsgenoten zit?
Reken het zelf eens na. Zes uur op school, plus reistijd, plus huiswerk, dat zijn al snel zeven, acht uur van de wakkere dag, vijf dagen per week, met steeds dezelfde dertig kinderen uit hetzelfde postcodegebied. Wat voor tijd blijft daarna over? Voor vrij spelen. Voor tijd met broers en zussen. Voor quality time met je ouders. Voor een gesprek met een buurman of een grootouder doordeweeks. Voor gewoon even niks doen, of juist urenlang bezig zijn met die ene interesse waar niemand op school tijd voor heeft.
Mijn kinderen hebben dát wél. Elke dag. Dat is niet iets wat ze “ook nog krijgen naast school.” Dat ís hun dag.
De derde keer “weerbaarheid”
Bij een buurtfeestje, twee jaar geleden. Een goedbedoelde buurvrouw, wijn in de hand, begint voor de derde keer die avond over weerbaarheid. “Ze moet toch ook leren dat het leven niet altijd fijn is? Dat de wereld hard is? Dat ze ook dingen moeten? Dat er ook pestkoppen zijn?” Ik voel mijn kaken op elkaar klemmen.
Ik zeg niet meer waarom mijn kinderen die weerbaarheid heus wel opbouwen, bij de scouting, bij de gastouder, bij vreemden op de camping. Ik vlieg bovendien niet meer uit mijn stekker over WAAROM we het normaal vinden dat kinderen gepest, gekleineerd, verplicht tot van alles worden. Dat die wereld misschien wel zo hard is OMDAT we kinderen zo beroerd behandelen vaak. Ik knik, ik laat het even hangen, ik pak nog een hapje van de tafel en verander dan maar van onderwerp.
Niet omdat ik het gesprek altijd uit de weg ga. Maar omdat ik na jaren wél doorheb waar het écht om gaat: niet om mijn kinderen, maar om de twijfel van de ander gerustgesteld te krijgen. Dat zij er zelf toch écht goed aan doen om hún kinderen wél naar school te brengen, zelfs als twijfelen ze daar stiekem regelmatig aan. Die twijfel is alleen niet aan mij om weg te nemen. Ik kan namelijk zélfs niks voor je doen als je zou besluiten wél thuisonderwijs te willen: die weg is in Nederland zo goed als afgesloten als je kind al naar school gaat. Die twijfel mag je hebben vóór je inschrijft, daarna is het bijna verspilde moeite…
Dit is mijn keuze
Het maakt mij niets uit of jij je kinderen wel naar school doet. Wij “kiezen” er niet voor. Dat is geen oordeel van mij over jouw keuze, net zoals mijn keuze voor katten niet betekent dat jíj geen hond mag hebben.
Ik sta volledig achter deze keuze. Vragen zijn welkom, altijd, beloofd. Maar ongefundeerde kritiek verpakt als vriendelijke zorg, is echt een gepasseerd station voor mij, uitleg hoef je dan van mij niet meer te verwachten.
Herken je dit, die felle reacties op een keuze die niemand van jou vraagt om over te nemen? Ik hoor het graag in de reacties.
Verder lezen
Twijfel je zelf nog tussen school en thuisonderwijs? Lees Thuisonderwijs of school? Zo maak je een bewuste keuze, of bekijk de schoolkeuze-vergelijkingen zonder verkooppraatjes.
→ Sociale druk bij thuisonderwijs: hoe ga je ermee om? → De socialisatie-mythe: waarom dertig vierjarigen in één hok geen afspiegeling van de samenleving vormen
Nieuwsbrief
Wil je vaker dit soort eerlijke verhalen lezen over hoe thuisonderwijs er bij ons écht uitziet? Schrijf je in voor de nieuwsbrief.
Veelgestelde vragen
Waarom voelen mensen zich aangevallen door de schoolkeuze van een ander?
Vaak omdat een andere keuze onbedoeld voelt als kritiek op de eigen keuze. Als iemand anders “nee” zegt tegen school, lijkt dat voor sommigen alsof hun eigen “ja” ter discussie wordt gesteld, ook als daar met geen woord om gevraagd is.
Is het normaal dat thuisonderwijskinderen vragen krijgen zoals “welke groep zit je in”?
Ja, dat is een van de meest gehoorde vragen. De aanname erachter, dat kinderen doordeweeks op school horen te zitten, is zo vanzelfsprekend dat mensen er zelden bij stilstaan dat het anders kan zijn.
Hoe ga je om met ongevraagd advies over je schoolkeuze?
Door niet elke keer opnieuw uit te leggen waarom de keuze is wat die is. Erkennen, kort laten hangen, en het gesprek niet aangaan als het toch niet om een echt antwoord gaat, werkt vaak beter dan telkens opnieuw verdedigen.
Waarom wordt gedacht dat thuisonderwijskinderen minder sociaal worden?
Dat idee komt vaak voort uit de gedachte dat sociale ontwikkeling alleen via school verloopt. In mijn ogen is geforceerde associatie iets anders dan sociale ontwikkeling… In de praktijk hebben thuisonderwijskinderen vaak juist meer tijd voor contact met mensen van verschillende leeftijden en achtergronden, in plaats van vooral met leeftijdgenoten uit dezelfde klas.

