“Ik zou dat niet kunnen, de hele dag bij mijn kinderen”

Een verjaardag, ergens vorig jaar. Een moeder aan tafel, haar dochter van een jaar of zeven speelt vlakbij, binnen gehoorsafstand. “Nou,” zegt de moeder lachend tegen de tafel, “ik zou echt niet de hele dag bij mijn kinderen kunnen zijn.”

Haar dochter speelt door. Ze reageert niet zichtbaar. Maar ze stond er wel bij. Ze hoorde het. En mijn bloed kookt.

Dit gaat niet over mij

Ik dacht eerst dat mijn ergernis om dit soort zinnen kwam doordat ze vaak ook over míjn keuze gaan, over thuisonderwijs, over dat ik de hele dag met mijn eigen kinderen zou doorbrengen. Maar toen ik er langer over nadacht, besefte ik dat het iets anders is.

Ik ben niet boos namens mezelf. Ik ben plaatsvervangend woedend namens dat meisje bij de tafel.

Wat die zin eigenlijk zegt

Stel je voor dat je zeven jaar bent, en je eigen moeder zegt, hardop, lachend, tegen andere volwassenen: dat ik de hele dag bij jou zou moeten zijn, dat zou ik niet kunnen. Wat je dan hoort is alles behalve subtiel. Je hoort: jij, in grote hoeveelheid, ben te veel.

Niet gezegd tegen jou. Over jou. Terwijl je erbij staat.

Ik weet dat het meestal niet zo bedoeld is. Het is een grapje, een verzuchting, iets wat er even uitrolt op een verjaardag met een wijntje erbij. Maar een kind van zeven jaar maakt dat onderscheid niet. Een kind hoort gewoon: mama zou mij liever niet de hele dag om zich heen hebben.

Waarom ik het onderscheid maak met wat vreemden zeggen

Als iemand bij de kassa zegt “Goh, je hebt je handen wel vol”, kan ik daar prima om lachen. Dat klopt gewoon, met vier kinderen om me heen. Het is een neutrale constatering, geen zwaar oordeel, en het komt van iemand die er verder niet toe doet voor mijn welbevinden. Meestal antwoord ik dan met: “Niet alleen mijn handen, maar ook mijn hart”.

Dit “niet hele dagen met je eigen kind kunnen doorbrengen” is iets wezenlijks anders. Dit is een eigen ouder, in het bijzijn van het eigen kind, die zegt dat de hele dag met dát kind eigenlijk te veel zou zijn. Dat is niet de mening van een buitenstaander die je makkelijk wegwuift. Dat is de persoon die voor dat kind de belangrijkste in de wereld zou moeten zijn, die zegt dat het kind, in overvloed, iets is om liever te vermijden.

Waarom ik weet dat het anders kan

Ik zeg dit niet om mezelf op de borst te kloppen. Maar ik vind mijn eigen kinderen oprecht fijn gezelschap, de hele dag, elke dag. Ze zijn zo opgevoed als ik wil, en als dat even niet lukt, sturen we bij. Ik denk overigens zeker niet dat ik een betere ouder ben. Of dat bij mij alles vanzelf lukt. Of dat ik nu eenmaal makkelijke kinderen heb (want hallo, heb je ze wel eens ontmoet ;-)?).

Ik heb er wel een hypothese over waarom ik het makkelijker vind om veel met mijn kinderen te zijn dan collega-ouders. Waarschijnlijk vooral omdat onze dagen er zo anders uitzien: geen dwingende wekkers, veel minder gehaast, minder de klok die om kwart voor bepaalt wat er moet gebeuren, meer ruimte om gewoon samen ergens in te zitten. Minder groepsdruk en peer pressure op de kinderen, minder geroddel op het schoolplein tussen de andere moeders, minder gehaast met broodtrommels en schooltassen en klassendienst.

Ik snap ook waarom die andere moeder het zegt. Na een schooldag (en BSO) zijn kinderen vaak op, ouders ook, en de avond is een aaneenschakeling van moeten: huiswerk, eten, naar bed. Dat is uitputtend, voor iedereen. Die uitputting begrijp ik. Wat ik moeilijker te accepteren vind, is dat die uitputting hardop wordt uitgesproken als een oordeel over het kind, in plaats van over het ratrace ritme waarin dat gezin gevangen zit.

Het ritme, niet het kind

Want dat is het punt. Het probleem is niet dat kinderen te veel zijn. Het probleem is dat veel gezinnen vastzitten in een structuur die niemand past: vroeg op, de deur uit, de hele dag in een systeem dat niet op jouw kind is ontworpen, en dan ’s avonds met z’n allen proberen in twee uur nog iets van verbinding te persen. Kinderen die de hele dag verteld wordt wat ze precies wanneer moeten doen, en dan thuis eigenlijk niet meer weten hoe ze zichzelf moeten vermaken. Kinderen die de hele dag gescheiden van hun brusjes en ouders opgroeien, en dan bij thuiskomst wellicht eerder in conflicten verzanden dan wanneer ze meer tijd met elkaar door zouden brengen onder begeleiding van een uitgeruste, betrokkene volwassene. Kinderen die zich de hele dag aanpassen en bij thuiskomst eindelijk kunnen ontspannen, of juist alle gefrustreerde emoties er nog uit moeten gooien. Kinderen die ná school zich nog door huiswerk, Squla of extra leestaken moeten heen worstelen ván school.

Wij hebben zeer bewust een ander ritme. En in dat andere ritme blijkt dat mijn kinderen helemaal niet “te veel.” Ze zijn juist heel fijn gezelschap.

Misschien is dat het echte ongemak achter die zin. Niet dat het kind te veel is, maar dat het systeem waar dat kind in moet functioneren te veel vraagt. Van iedereen. Waardoor er meer irritatie, ongemak, verveling, en andere ongezellige emoties ontstaan dan nodig.

Wat ik zou willen

Niet dat elke ouder voortaan zwijgt over hoe zwaar een dag soms is. Iedereen mag moe zijn, mag het soms niet leuk vinden, mag daar met andere volwassenen over praten. Kom altijd bij me met je frustraties, je twijfels, je zorgen. Je bent welkom, echt.

Maar formuleer het alsjeblieft nooit meer als een uitspraak over wie je kind ís. Er is een groot verschil tussen “ik ben moe vandaag”, “ik heb behoefte aan eigen tijd”, “ik wil mezelf blijven ontwikkelen. Of “ik zou niet de hele dag bij mijn kinderen kunnen zijn.” Het eerste gaat over jou. Het tweede landt bij hen.


Heb jij dit weleens gehoord als kind, of jezelf horen zeggen zonder erbij na te denken wie er meeluisterde? Ik hoor het graag in de reacties.

Wil je vaker dit soort eerlijke verhalen lezen? [Schrijf je in voor de nieuwsbrief.](https://eenmooigezin.nl/nieuwsbrief/)


Veelgestelde vragen

Waarom is “ik zou niet de hele dag bij mijn kinderen kunnen zijn” schadelijk als een kind het hoort?

Een kind maakt geen onderscheid tussen een losse grap en een serieuze uitspraak. Wat blijft hangen is de boodschap dat het kind, in grote hoeveelheid, moeilijk te verdragen is, ook als dat niet zo bedoeld was.

Is het erg om als ouder toe te geven dat een dag met je kinderen zwaar was?

Nee, dat is normaal en menselijk. Het verschil zit in de formulering: “ik ben moe vandaag” gaat over jou, terwijl “ik zou de hele dag niet bij mijn kinderen kunnen zijn” een oordeel over het kind wordt, zeker als het kind erbij staat.

Gaat dit over de keuze tussen school en thuisonderwijs?

Niet per se. Het gaat over hoe je over je kinderen praat waar zij bij zijn, ongeacht of ze naar school gaan of thuisonderwijs krijgen. De vermoeidheid die veel ouders na een schooldag voelen is wel vaak de directe aanleiding voor dit soort opmerkingen.

Wat kun je als ouder beter zeggen als een dag zwaar was?

Benoem wat er zwaar was aan de dag of het ritme, in plaats van een uitspraak te doen over het kind zelf. “Vandaag was een lange dag” landt anders dan “ik zou dit niet de hele tijd kunnen met jou.”

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *