Waarom twaalf jaar te vroeg is om te kiezen - Een Mooi Gezin

Waarom twaalf jaar te vroeg is om te kiezen

Bij de scouting hoorde ik laatst een moeder vertellen dat haar dochter al weken nerveus is voor de Cito-toets. Elf jaar oud, en de uitslag van die ene week bepaalt grotendeels of ze naar het vmbo, de havo of het vwo gaat. “Ze slaapt er zo slecht van,” zei de moeder, met een lachje erbij dat niet echt een lachje was.

Vera is bijna even oud. Zij hoeft die toets niet te maken. Maar ik keek naar die moeder en dacht: dit is niet één kind dat toevallig stress heeft. Dit is een systeem dat elfjarigen onder druk zet alsof hun hele toekomst afhangt van één toetsweek. En dat klopt ook nog eens.

Hoe vroeg selecteert Nederland eigenlijk?

Nederlandse kinderen worden rond hun elfde of twaalfde ingedeeld op onderwijsniveau. Dat is vroeg, ook internationaal gezien. Een meta-analyse over 45 onderwijsstelsels wereldwijd laat zien dat de leeftijd waarop landen kinderen op niveau gaan indelen uiteenloopt van 10 tot 18 jaar. Nederland zit met 12 jaar stevig aan de vroege kant van dat hele spectrum.

In landen als Finland, Noorwegen en Canada volgen kinderen tot hun zestiende allemaal hetzelfde onderwijs, zonder vaste niveau-indeling. Nederland behoort tot een kleine groep landen, samen met Duitsland en Oostenrijk, die al zo vroeg selecteren.

Als je een school kiest voor je kind is dit het kader waarbinnen die keuze plaatsvindt: het systeem verwacht dat je kind op zijn twaalfde al weet welk niveau het aankan.

Levert dat vroege kiezen eigenlijk iets op?

Je zou verwachten dat vroeg selecteren voordelen heeft. Sneller gericht onderwijs, minder tijd “verspild” aan een te makkelijk of te moeilijk niveau. Het klinkt logisch: als je weet waar een kind staat, kun je gericht werken.

Maar een recente meta-analyse die precies deze vraag onderzocht, komt tot een opmerkelijke conclusie: er is geen bewijs dat vroege selectie tot hogere onderwijsprestaties leidt. Landen die vroeg selecteren scoren gemiddeld niet beter dan landen die dat later doen.

Het systeem doet dus niet wat het belooft.

Wat vroege selectie wél doet

Wat vroege selectie aantoonbaar wel doet: de ongelijkheid vergroten. De spreiding in onderwijsprestaties is groter in vroeg-selecterende systemen. Het verschil tussen de best en de minst presterende leerlingen neemt toe. Kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus scoren daarbij structureel minder goed, en minder leerlingen halen het minimale onderwijsniveau.

In gewone taal: als je een kind vroeg indeelt, vergroot je de kloof tussen wie het goed doet en wie achterblijft. Niet omdat die kinderen minder kunnen, maar omdat het moment van indelen samenvalt met een leeftijd waarop ontwikkeling nog enorm varieert.

Nederlands onderzoek bevestigt dit patroon: vroege selectie hangt samen met een kleinere kans om later een diploma in het hoger onderwijs te halen. Niet voor iedereen, maar wel voor kinderen die het minst een vangnet hebben.

Het Finse experiment

Het overtuigendste bewijs komt niet uit een vergelijking tussen landen, maar uit een verandering binnen één land.

In de jaren zeventig verhoogde Finland de leeftijd waarop kinderen op niveau werden ingedeeld, van elf naar zestien jaar. Die hervorming werd geleidelijk ingevoerd, gemeente voor gemeente, wat onderzoekers de kans gaf om het als een quasi-experiment te bestuderen. Dezelfde generatie kinderen, deels nog onder het oude systeem, deels al onder het nieuwe.

Voor de meeste Finse leerlingen maakte de latere selectie weinig verschil. Maar voor kinderen uit de armste 10% van de gezinnen steeg de kans op het halen van een universitair diploma van 6 naar 7,5 procent. Voor kinderen uit de rijkste gezinnen veranderde er nauwelijks iets.

Die uitkomst raakt me. De leeftijd waarop je moet kiezen, blijkt vooral uit te maken voor wie de minste andere zekerheden heeft. Rijke kinderen redden het wel, met of zonder vroege selectie. Arme kinderen hebben die buffer niet. Voor hen bepaalt het moment van indelen letterlijk hun kansen.

Waarom Nederland toch bij twaalf blijft

De OESO wijst Nederland hier al sinds 2006 op. Er zijn twee eerdere pogingen geweest om de selectieleeftijd te verhogen: de middenschool in 1979 en de basisvorming in 1993. Beide werden geen succes en zijn weer teruggedraaid. Op dit moment pleit een brede coalitie van onderwijsorganisaties, onder de naam LaterSelecteren.nu, opnieuw voor uitstel naar vijftien jaar. Tot nu toe zonder resultaat.

Het systeem is niet heilig. Het is ooit zo gegroeid, en het blijft zo omdat veranderen ingewikkeld is. Het systeem is niet ingericht op de beste manier om kinderen te laten leren.

Wat dit voor ons betekent

Mijn kinderen hoeven op hun elfde geen Cito-toets te maken die bepaalt in welk vakje ze de rest van hun middelbare schooltijd zitten. Wanneer ze via het staatsexamen of het vavo aan een diploma gaan werken, bepalen zij en wij samen het tempo en niveau. Niet één toets in één week in groep acht.

Maar dit gaat niet alleen over thuisonderwijs. Het gaat over de vraag of we elfjarigen willen vastpinnen op een niveau, terwijl we uit onderzoek weten dat die inschatting op die leeftijd het minst betrouwbaar is. Of we een systeem willen dat kansarme kinderen het hardst raakt, terwijl het niemand beter maakt.

Soms kiezen kinderen zelf voor school, en dan is het goed om te weten wat er mogelijk is. Maar de vraag of het systeem klopt, staat los van de vraag of jouw kind erin past.


Werd jouw schoolkeuze ook al op je elfde min of meer voor je bepaald? En als je terugkijkt: klopte die inschatting? Ik hoor het graag in de reacties.

Meer over de schoolkeuze lees je in Thuisonderwijs of school? Zo maak je een bewuste keuze. Als je kind nog jong is, is deze blog over kiezen als je kind 2 is een goede start.

Veelgestelde vragen

Op welke leeftijd selecteert Nederland kinderen op onderwijsniveau?

Rond hun elfde of twaalfde jaar, aan het einde van de basisschool. Dat is een van de vroegste selectieleeftijden binnen de OESO-landen.

Leidt vroege selectie tot betere onderwijsprestaties?

Nee, dat blijkt niet uit onderzoek. Landen die vroeg selecteren scoren gemiddeld niet hoger dan landen die pas op vijftien- of zestienjarige leeftijd selecteren.

Wat is dan wel het effect van vroege selectie?

Vooral meer ongelijkheid. De spreiding in prestaties is groter, kinderen uit lagere sociaaleconomische milieus scoren slechter, en minder leerlingen halen het minimale onderwijsniveau.

Is later selecteren beter voor alle kinderen?

Niet per se voor elk kind afzonderlijk. Uit het Finse onderzoek blijkt dat latere selectie vooral verschil maakt voor kinderen uit de minst welvarende gezinnen. Voor kinderen uit rijkere gezinnen verandert er weinig. Maar het systeem als geheel wordt eerlijker, en dat is winst.

Bronnen

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *